25.2.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 72/25
Arrest van het Gerecht van 12 december 2018 — SH/Commissie
(Zaak T-283/17) (1)
((„Openbare dienst - Ambtenaren - Bezoldiging - Gezinstoelagen - Artikel 2, lid 2, derde alinea, van bijlage VII bij het Ambtenarenstatuut - Begrip „ten laste komend kind” - Voogdijvonnis gebaseerd op de wettelijke regeling van een derde land inzake de bescherming van minderjarigen - Weigering om een kind onder voogdij het statuut van ten laste komend kind toe te kennen - Gelijke behandeling - Recht op onderwijs - Belang van het kind”))
(2019/C 72/32)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: SH (vertegenwoordiger: N. de Montigny, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk M. Mensi, T. S. Bohr en A.-C. Simon, vervolgens T. S. Bohr en G. Berscheid, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: J. Steele en M. Windisch, gemachtigden); en de Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bauer en R. Meyer, gemachtigden)
Voorwerp
Vordering ingesteld op grond van artikel 270 VWEU en strekkende tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 13 juli 2016 waarbij het tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegde gezag heeft geweigerd de betaling aan verzoekster van de toelage voor een ten laste komend kind te verlengen, en voor zoveel als nodig, van het besluit van deze instelling van 3 februari 2017 houdende afwijzing van de door verzoekster op 5 oktober 2016 ingediende klacht
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
SH wordt verwezen in de kosten.
3)
Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dragen elk hun eigen kosten.
(1) PB C 231 van 17.7.2017.
Full & Egal Universal Law Academy