5.8.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 263/40
Arrest van het Gerecht van 11 juni 2019 — TO/EEA
(Zaak T-462/17) (1)
(„Openbare dienst - Arbeidscontractanten - Overeenkomst voor bepaalde tijd - Ontslag tijdens ziekteverlof - Artikel 16 RAP - Artikel 48, onder b), RAP - Artikel 26 van het Statuut - Behandeling van persoonsgegevens - Artikel 84 RAP - Psychisch geweld”)
(2019/C 263/45)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: TO (vertegenwoordiger: N. Lhoëst, advocaat)
Verwerende partij: Europees Milieuagentschap (vertegenwoordigers: O. Cornu, gemachtigde, bijgestaan door B. Wägenbaur, advocaat)
Interveniënten aan de zijde van de verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: aanvankelijk D. Nessaf en J. Van Pottelberge, vervolgens J. Van Pottelberge en J. Steele, gemachtigden) en Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bauer en R. Meyer, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 270 VWEU, ten eerste tot nietigverklaring van het besluit van 22 september 2016 waarbij de uitvoerend directeur van het EAA verzoeksters aanstelling als arbeidscontractant heeft beëindigd en van het besluit van 20 april 2017 waarbij die directeur haar klacht tegen het besluit van 22 september 2016 heeft afgewezen, en ten tweede tot vergoeding van de schade die verzoekster zou hebben geleden
Dictum
1)
Het besluit van 22 december 2016 waarbij de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap (EAA) de aanstelling van TO als arbeidscontractant heeft beëindigd wordt nietig verklaard.
2)
Het EAA wordt veroordeeld tot betaling aan TO van een bedrag bestaande in één maand bezoldiging uit hoofde van de opzeggingstermijn en van één derde van haar basissalaris per voltooide maand van de proeftijd, met aftrek van de door haar reeds ontvangen ontslagvergoeding.
3)
Het EAA wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van 6 000 EUR aan TO.
4)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
5)
Het EAA draagt zijn eigen kosten en de kosten van TO.
6)
Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 347 van 16.10.2017.