18.3.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 103/31
Arrest van het Gerecht van 6 februari 2019 — Karp/Parlement
(Zaak T-580/17) (1)
((„Openbare dienst - Arbeidscontractanten - Indeling - Artikel 90, lid 2, van het Statuut - Voortijdig ingediende klacht - Onregelmatigheid van de precontentieuze procedure - Niet-ontvankelijkheid - Autonomie van de beroepsmogelijkheden - Niet-verlenging van een overeenkomst van arbeidscontractant voor hulptaken verband houdende met een moederschapsverlof - Motiveringsplicht - Opeenvolgende overeenkomsten voor bepaalde tijd - Misbruik van recht - Recht om te worden gehoord - Aansprakelijkheid”))
(2019/C 103/40)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Kevin Karp (Brussel, België) (vertegenwoordigers: N. Lambers en R. Ben Ammar, advocaten)
Verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: Í. Ní Riagáin Düro en M. Windisch, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 270 VWEU, ten eerste tot nietigverklaring van het besluit van het Parlement om verzoeker in het kader van de overeenkomst van arbeidscontractant, gesloten op 12 mei 2016 en verstreken op 11 november 2016, in te delen in de functiegroep II, rang 4, salaristrap 1, en ten tweede tot vergoeding van de materiële en immateriële schade die hij geleden zou hebben wegens zijn indeling en de niet-verlenging van de overeenkomst
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Kevin Karp wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 412 van 4.12.2017.
Full & Egal Universal Law Academy