29.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 255/34
Arrest van het Gerecht van 5 juni 2019 — Siragusa/Raad
(Zaak T-616/17 RENV) (1)
(„Openbare dienst - Ambtenaren - Beëindiging van de dienst - Verzoek tot pensionering - Wijziging van de statutaire bepalingen na het verzoek - Intrekking van een eerder besluit - Aansprakelijkheid”)
(2019/C 255/44)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Sergio Siragusa (Brussel, België) (vertegenwoordigers: T. Bontinck en A. Guillerme, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: aanvankelijk M. Bauer en M. Veiga, vervolgens M. Bauer en R. Meyer, gemachtigden)
Interveniënt aan de zijde van de verwerende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: aanvankelijk M. Rantala en Í. Ní Riagáin Düro, vervolgens I. Lázaro Betancor en C. González Argüelles, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 270 VWEU, ten eerste tot nietigverklaring van het besluit van de Raad van 12 november 2014 houdende intrekking van zijn eerdere besluit tot validatie van verzoekers verzoek om vervroegde pensionering van 11 juli 2013, en ten tweede tot vergoeding van de materiële en immateriële schade die hij door dat besluit geleden zou hebben
Dictum
1)
Het besluit van de Raad van de Europese Unie van 12 november 2014 houdende intrekking van zijn eerdere besluit tot validatie van het verzoek om vervroegde pensionering van Siragusa van 11 juli 2013 wordt nietig verklaard.
2)
De Raad wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van 5 000 EUR aan Siragusa, vermeerderd met vertragingsrente vanaf de datum van uitspraak van dit arrest en tot en met de volledige betaling daarvan, tegen de rentevoet die de Europese Centrale Bank (ECB) voor de basisherfinancieringstransacties heeft vastgesteld, vermeerderd met 2 punten.
3)
Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen voor het overige.
4)
De Raad draagt zijn eigen kosten alsmede de kosten van Siragusa, daaronder begrepen die van de zaken F-124/15 en T-678/16 P.
5)
Het Europees Parlement draagt zijn eigen kosten, daaronder begrepen die van de zaken F-124/15 en T-678/16 P.
(1) PB C 414 van 14.12.2015 (zaak aanvankelijk ingeschreven bij het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie onder nummer F-124/15, en op 1 september 2016 overgedragen aan het Gerecht van de Europese Unie).
Full & Egal Universal Law Academy