6.3.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 70/29
Beroep ingesteld op 18 januari 2017 — Jalkh/Parlement
(Zaak T-27/17)
(2017/C 070/38)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Jean François Jalkh (Gretz Armainvillers, Frankrijk) (vertegenwoordiger: J.-P. Le Moigne, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het besluit van het Europees Parlement van 22 november 2016 tot opheffing van de parlementaire immuniteit van verzoeker en tot vaststelling van rapport nr. A8 3018/2016 van [X], nietig verklaren;
—
het Europees Parlement veroordelen tot betaling aan Jalkh van het bedrag van 8 000 EUR als vergoeding van de geleden immateriële schade;
—
het Europees Parlement verwijzen in alle kosten van de procedure;
—
het Europees Parlement veroordelen tot betaling aan Jalkh van het bedrag van 5 000 EUR als terugbetaling van de invorderbare kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij negen middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen. Verzoeker is van mening dat het Parlement de regels inzake de immuniteit van de afgevaardigden van het Franse parlement onjuist heeft toegepast en kennelijk de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, met elkaar heeft verward.
2.
Tweede middel: artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen had moeten worden toegepast. Volgens verzoeker verwijten de Franse gerechtelijke autoriteiten hem uitlatingen die hij niet heeft gedaan en waarvan voornoemde autoriteiten niet betwisten dat zij vallen binnen het kader van zijn politieke activiteiten.
3.
Derde middel: schending van het begrip „parlementaire immuniteit”. Verzoeker is van mening dat het Parlement heeft miskend dat parlementaire immuniteit in een democratie in dubbel opzicht van rechtsvervolging bevrijdt, namelijk in die zin dat zij leidt tot niet-aansprakelijkheid en onschendbaarheid.
4.
Vierde middel: schending van de vaste rechtspraak van de Commissie Juridische Zaken van het Europees Parlement inzake:
—
vrijheid van meningsuiting
—
fumus persecutionis
5.
Vijfde middel: niet-eerbiediging van de communautaire rechtszekerheid en schending van het vertrouwensbeginsel.
6.
Zesde middel: inbreuk op de onafhankelijkheid van een parlementslid.
7.
Zevende middel: schending van de bepalingen van het reglement van het Europees Parlement inzake de procedure die kan leiden tot vervallenverklaring van het mandaat van een lid (artikel 3, lid 4 nieuw, tweede alinea, van dat reglement). Volgens verzoeker voorziet de Franse wet met betrekking tot het hem ten laste gelegde weliswaar in een aanvullende straf van niet-verkiesbaarheid, die leidt tot vervallenverklaring van het mandaat, doch de Franse regering heeft de voorzitter van het Parlement daar niet, zoals de procedure vereist, van in kennis gesteld, en geen enkel bevoegd orgaan van het Parlement (Voorzitter, Commissie Juridische Zaken, Vergadering) heeft de Franse regering in dit opzicht om uitleg gevraagd. Het rapport en het bestreden besluit zijn reeds wegens het verzuim van dit wezenlijk vormvoorschrift onrechtmatig.
8.
Achtste middel: schending van de rechten van de verdediging van verzoeker. Laatstgenoemde was niet uitgenodigd voor de stemming in de voltallige vergadering van het Parlement over het verzoek tot opheffing van zijn immuniteit. Derhalve had hij slechts tien minuten de tijd — tegen 18:00 uur en nadat de Commissie Juridische Zaken haar werkzaamheden al had beëindigd — om in de twee hem betreffende dossiers verweer te voeren voor deze Commissie.
9.
Negende middel: ontbreken van elke grondslag voor de vervolging en voor het verzoek tot opheffing van immuniteit, aangezien:
—
allereerst verzoeker noch de hoofdredacteur van de papieren uitgaven van het Front National en zijn federaties, noch de hoofdredacteur van de publicaties op internet van de FN-federaties is, en derhalve evenmin de hoofdredacteur is van de publicatie van de federatie FN 66 (Pyrénées Orientales), zodat het door het Parlement opgestelde rapport in dit verband in dubbel opzicht leugenachtig is;
—
voorts verzoeker niet de auteur is van de litigieuze brochure, maar de auteurs ervan wel bekend zijn. Zij zijn evenwel niet strafrechtelijk vervolgd, terwijl van hem de immuniteit is opgeheven;
—
bovendien het vervolgen van afgevaardigden onder het voorwendsel dat zij in hun programma een wijziging van de bestaande wetgeving eisen, een extreem gevaarlijke antidemocratische ontwikkeling is, aangezien dit een bijzonder ernstige aanslag vormt op de vrijheid van meningsuiting.
Full & Egal Universal Law Academy