26.6.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 202/20
Beroep ingesteld op 2 maart 2017 — Anastassopoulos e.a./Raad en Commissie
(Zaak T-147/17)
(2017/C 202/34)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Nikolaos Anastassopoulos (Nea Erythraia, Griekenland), Aristeidis Anastassopoulos (Nea Erythraia), Alexia Anastassopoulos (Nea Erythraia), Maria Myrto Anastassopoulos (Nea Erythraia), Sophie Velliou (Kifissia, Griekenland) (vertegenwoordigers: K. Floros en M. Meng Papantoni, advocaten)
Verwerende partijen: Raad van de Europese Unie en Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren;
—
de schadevorderingen toe te wijzen door aan de eerste verzoekende partij het bedrag van 123 442 EUR toe te kennen, aan elke van de drie volgende het bedrag van 61 721 EUR, en aan de vijfde het bedrag van 120 900 EUR, of, subsidiair, de bedragen van respectievelijk 38 227,20 EUR, 19 107,60 EUR en 37 440 EUR, in alle gevallen vermeerderd met vertragingsrente;
—
hoe dan ook de verwerende partijen in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
De verzoekende partijen baseren hun beroep op schending van het fundamentele beginsel van non-discriminatie, in het onderhavige geval van het vereiste van verschillende behandeling van verschillende situaties, en van artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: „Handvest”), waarin dat beginsel wordt geconcretiseerd.
Zij geven te kennen dat zij aanzienlijke financiële verliezen hebben geleden doordat hun staatsobligaties zijn onderworpen aan wet 4050/14, ook wel genaamd PSI (Private Sector Investment), en klagen dat zij gelijk zijn behandeld (ook wat het haircut-percentage betreft) als rechtspersonen, inzonderheid banken en gespecialiseerde fondsen, ondanks hun fundamentele verschillen.
Zij wijten dit aan de Voorzitter van de Eurogroep en/of aan de Eurogroep als zodanig, die niet alleen vrijstelling van natuurlijke personen van de haircut, maar ook iedere latere compenserende maatregel heeft verboden, en aan de Commissie, die heeft ingestemd met een dergelijke schending van voormeld beginsel en van artikel 21 van het Handvest, ondanks de verplichting die op haar rust krachtens artikel 17 VEU zoals uitgelegd in het arrest van 20 september 2016, Ledra Advertising e.a./Commissie en ECB (C-8/15 P–C-10/15 P, EU:C:2016:701).
Full & Egal Universal Law Academy