6.6.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 178/27
Beroep ingesteld op 24 maart 2017 — RZ/EESC en Comité van de Regio’s
(Zaak T-192/17)
(2017/C 178/41)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: RZ (vertegenwoordiger: M.-A. Lucas, advocaat)
Verwerende partijen: Europees Economisch en Sociaal Comité en Comité van de Regio’s
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
de verzoekende partij toegang te verlenen tot de stukken van het dossier van de procedure in zaak [vertrouwelijk] (1) betreffende de minnelijke regeling ervan, en haar toe te staan om daarover opmerkingen in te dienen;
—
nietig te verklaren het gezamenlijke besluit van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en van het Comité van de Regio’s (CdR) tot overplaatsing van [vertrouwelijk] naar het directoraat vertalingen, als gevolg van het akkoord daarover dat tussen 14 januari en 4 februari 2016 tot stand is gekomen, voor zover bij dat akkoord in die overplaatsing wordt voorzien en de [betrokkene] zijn werkzaamheden [vertrouwelijk] behoudt;
—
nietig te verklaren het besluit tot overplaatsing van [vertrouwelijk] naar het directoraat vertalingen met behoud van zijn werkzaamheden [vertrouwelijk], zoals door het CdR op 11 mei 2016 naar aanleiding van dat akkoord vastgesteld;
—
nietig te verklaren de besluiten van de secretaris-generaal van het CdR van 13 december 2016 en van de secretaris-generaal van het EESC van 19 december 2016, voor zover daarbij worden bevestigd de instructies die het directoraat vertalingen de verzoekende partij op 30 juni 2016 heeft gegeven voor de uitvoering van het besluit van het CdR van 11 mei 2016;
—
het EESC en het CdR gezamenlijk te veroordelen tot betaling aan de verzoekende partij van een bedrag dat voorlopig en ex aequo et bono op 25 000 EUR wordt begroot ter vergoeding van haar beroepsschade, de schade aan haar gezag en gezondheid als gevolg van de bestreden besluiten;
—
het EESC en het CdR gezamenlijk te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij zes middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van artikel 41, eerste en tweede alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van artikel 25, tweede alinea, van het Statuut, aangezien de verzoekende partij niet is gehoord voordat het EESC en het CdR in gezamenlijk overleg hebben besloten om een ambtenaar over te plaatsen, en/of voor zover het besluit van het CdR ter uitvoering van dat akkoord niet onmiddellijk en schriftelijk aan haar is meegedeeld, terwijl de redenen daarvoor haar niet volledig en duidelijk waren aangegeven.
2.
Tweede middel, ontleend aan schending van artikel 7, eerste alinea, van het Statuut alsmede aan misbruik van bevoegdheid en procedure, aangezien de betrokken ambtenaar is overgeplaatst naar het directoraat vertalingen, doch grotendeels zijn werkzaamheden binnen de betrokken taaleenheid heeft behouden.
3.
Derde middel, ontleend aan een kennelijk onjuiste beoordeling van het dienstbelang, voor zover de reden voor de overplaatsing de beëindiging van een onhoudbare situatie of de bescherming van de ambtenaar tegen de verzoekende partij zou zijn.
4.
Vierde middel, ontleend aan schending van artikel 21, eerste en tweede alinea, van het Statuut, voor zover de secretarissen-generaal de opdracht hebben bevestigd die het directoraat vertalingen aan de verzoekende partij heeft gegeven om de betrokken ambtenaar werkzaamheden te blijven opdragen of te laten opdragen.
5.
Vijfde middel, ontleend aan schending van het beginsel van gelijke behandeling, voor zover de secretarissen-generaal de opdracht hebben bevestigd die het directoraat vertalingen aan de verzoekende partij heeft gegeven, om aan de betrokken ambtenaar werkzaamheden op te dragen die qua aantal en belang gelijkwaardig zijn aan die welke worden toevertrouwd aan ambtenaren die over een soortgelijke ervaring als de zijne beschikken, en om zijn vertalingen volgens vergelijkbare modaliteiten te laten reviseren.
6.
Zesde middel, ontleend aan schending van de besluiten inzake verlof, aangezien de secretarissen-generaal de opdracht hebben bevestigd die het directoraat vertalingen aan de verzoekende partij heeft gegeven om de redenen van dienstbelang die zich verzetten tegen een verzoek om verlof van de betrokken ambtenaar, diezelfde of uiterlijk de volgende dag aan te voeren, en deze te beperken tot dwingende redenen.
(1) Vertrouwelijk gegeven weggelaten.
Full & Egal Universal Law Academy