19.6.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 195/37
Beroep ingesteld op 19 april 2017 — Duitsland/Commissie
(Zaak T-229/17)
(2017/C 195/50)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze, J. Möller, en M. Winkelmüller, F. van Schewick en M. Kottmann, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het besluit (EU) 2017/133 van de Commissie van 25 januari 2017 betreffende de handhaving, met een beperking, in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referentie van geharmoniseerde norm EN 14342:2013 „Houten vloeren — Eigenschappen, conformiteitsbeoordeling en merken” overeenkomstig verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2017, L 21, blz. 113) nietig verklaren;
—
het besluit (EU) 2017/145 van de Commissie van 25 januari 2017 betreffende de handhaving, met een beperking, in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referentie van geharmoniseerde norm EN 14904:2006 „Sportvloeren en sportvelden — Binnensportvloeren voor verschillende sporten: Specificatie” overeenkomstig verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2017, L 22, blz. 62) nietig verklaren;
—
de mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB 2017, C 76, blz. 32) nietig verklaren, voor zover zij betrekking heeft op de geharmoniseerde norm EN 14342:2013 „Houten vloeren — Eigenschappen, conformiteitsbeoordeling en merken”;
—
de mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB 2017, C 76, blz. 32) nietig verklaren, voor zover zij betrekking heeft op de geharmoniseerde norm EN 14904:2006 „Sportvloeren en sportvelden — Binnensportvloeren voor verschillende sporten: Specificatie”, en
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van wezenlijke vormvoorschriften
De Bondsrepubliek Duitsland stelt dat de Commissie bij de vaststelling van de bestreden besluiten wezenlijke vormvoorschriften heeft geschonden die in artikel 18 van verordening (EU) nr. 305/2011 (1) zijn vervat. Zo heeft de Commissie het bij artikel 5 van richtlijn 98/34/EG (2) ingestelde comité niet geraadpleegd, is de raadpleging van de betrokken Europese normalisatie-instelling gebrekkig en zijn de bestreden besluiten niet vastgesteld „op basis van het advies” van het bij artikel 5 van die richtlijn ingestelde comité.
2.
Tweede middel: schending van de motiveringsplicht
Met het tweede middel klaagt verzoekster aan dat de bestreden besluiten de motiveringsplicht van artikel 296, lid 2, VWEU schenden, aangezien zij zich niet uitspreken over de ingevolge artikel 18, lid 1, van verordening (EU) nr. 305/2011 cruciale vraag of de betrokken geharmoniseerde normen voldoen aan het desbetreffende mandaat en de naleving van de fundamentele eisen voor bouwwerken garanderen. Daaruit volgt dat de Bondsrepubliek Duitsland noch het Gerecht kan beoordelen op welke essentiële juridische en feitelijke overwegingen de Commissie zich heeft gebaseerd.
3.
Derde middel: schending van verordening (EU) nr. 305/2011
Voorts betoogt verzoekster dat de bestreden besluiten en de bestreden mededeling in strijd zijn met materiële voorschriften van verordening (EU) nr. 305/2011.
—
Ten eerste zijn de bestreden besluiten en de bestreden mededeling in strijd met artikel 17, lid 5, eerste en tweede alinea, van verordening (EU) nr. 305/2011 omdat de Commissie, in strijd met die voorschriften, de conformiteit van de betrokken geharmoniseerde normen met de desbetreffende mandaten niet heeft beoordeeld, waardoor zij eraan is voorbijgegaan dat die normen daadwerkelijk niet conform zijn.
—
Ten tweede schenden de bestreden besluiten en de bestreden mededeling artikel 18, lid 2, juncto artikel 3, leden 1 en 2, alsmede artikel 17, lid 3, eerste alinea, van verordening (EU) nr. 305/2011. De Commissie heeft over het hoofd gezien dat de litigieuze normen niet voorzien in methoden en criteria om de prestatie met betrekking tot het vrijkomen van zogenaamde andere gevaarlijke stoffen te beoordelen, zodat zij met betrekking tot een essentieel kenmerk van bouwproducten onvolledig zijn en dientengevolge de naleving van de fundamentele eisen voor bouwwerken in het gedrang brengen.
—
Ten slotte heeft de Commissie bij de vaststelling van de bestreden handelingen een andere beoordelingsfout gemaakt door geen rekening te houden met de door artikel 18, lid 2, van verordening (EU) nr. 305/2011 geboden mogelijkheid om bij de referentienummers van een geharmoniseerde norm in het Publicatieblad de door verzoekster voorgestelde beperkingen te vermelden.
(1) Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB 2011, L 88, blz. 5).
(2) Richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998 tot wijziging van richtlijn 98/34/EG betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PB 1998, L 217, blz. 18).
Full & Egal Universal Law Academy