3.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/31
Beroep ingesteld op 20 april 2017 — SE/Raad
(Zaak T-231/17)
(2017/C 213/43)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: SE (vertegenwoordiger: N. de Montigny, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
nietig te verklaren het besluit van de eenheid Individuele rechten van 22 juni 2016 houdende weigering om verzoekers kleindochter aan te merken als een ten laste komend kind;
—
voor zover nodig, nietig te verklaren het uitdrukkelijke besluit van 24 januari 2017 tot afwijzing van de klacht van 19 september 2016;
dientengevolge,
—
te verklaren dat verzoekers kleindochter met ingang van 13 juni 2016 krachtens artikel 2, lid 2, derde alinea, van bijlage VII bij het Statuut moet worden aangemerkt als een hem ten laste komend kind;
—
te erkennen dat zijn kleindochter via hem met ingang van 13 juni 2016 is aangesloten bij het gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering (RCAM);
—
de verwerende partij te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting, beoordelingsfouten en een onjuiste uitlegging van artikel 2, lid 2, derde alinea, van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut door de Raad bij de vaststelling van de bestreden besluiten.
2.
Tweede middel, ontleend aan schending van het beginsel van behoorlijk bestuur.
3.
Derde middel, ontleend aan schending van artikel 24 van het Handvest van de grondrechten.
Full & Egal Universal Law Academy