24.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 239/47
Beroep ingesteld op 30 april 2017 — Metrans/Commissie en INEA
(Zaak T-262/17)
(2017/C 239/60)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Metrans a.s. (Praag, Tsjechië) (vertegenwoordiger: A. Schwarz, advocaat)
Verwerende partijen: Europese Commissie en Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken (INEA)
Conclusies
—
nietigverklaring met onmiddellijke ingang van het onderdeel met de code 2015-CZ-TM-0330-M, „Multimodale containerterminal Paskov, fase III”, en van het onderdeel met de code 2015-CZ-TM-0406-W, „Intermodale terminal Melnik, fasen 2 en 3”, in de bijlage bij het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 5 augustus 2016 tot vaststelling van de lijst van de voorstellen die zijn geselecteerd voor financiële bijstand van de Europese Unie in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) — sector vervoer na de oproep tot het indien van voorstellen van 5 november 2015 op basis van het meerjarig werkprogramma;
—
nietigverklaring of vaststelling van de nietigheid van subsidieovereenkomst nr. INEA/CEF/TRAN/M2015/1133813, die in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) — sector vervoer is gesloten tussen het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken (INEA) en Advanced World Transport a.s. (AWT) (met betrekking tot project 2015-CZ-TM-0330-M, „Multimodale containerterminal Paskov”), of gelasten dat INEA deze overeenkomst ten aanzien van Paskov beëindigt;
—
nietigverklaring of vaststelling van de nietigheid van subsidieovereenkomst nr. INEA/CEF/TRAN/M2015/1138714, die in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) — sector vervoer is gesloten tussen het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken (INEA) en České přístavy, a.s. (Czech Ports) (met betrekking tot project 2015-CZ-TM-0406-W, „Intermodale terminal Melnik, fasen 2 en 3”), of gelasten dat INEA deze overeenkomst ten aanzien van Melnik beëindigt;
—
hoofdelijke verwijzing van INEA en de Commissie in verzoeksters kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
1.
Eerste middel: de bestreden maatregel is in strijd met fundamentele beginselen van de Verdragen inzake de bescherming van de vrije markt en van mededinging op de interne markt.
—
Verzoekster stelt onder meer dat de interne markt tot stand brengen en de werking ervan verzekeren fundamentele beginselen en verplichtingen zijn waarop de Unie is gebaseerd (artikel 26 VWEU). Alle maatregelen die de Unie vaststelt, moeten in overeenstemming zijn met dit grondbeginsel en maatregelen die tegen dit beginsel indruisen moeten steeds voldoen aan de eisen van evenredigheid en subsidiariteit.
2.
Tweede middel: de bestreden maatregel is in strijd met artikel 93 VWEU en andere artikelen van het VWEU (de artikelen 3, 26, 93, 107, 119, artikel 170, lid 2, artikel 171, lid 1, Protocol 8 en artikel 1 daarvan, Protocol 27).
—
Verzoekster voert onder meer aan dat de bestreden maatregel steun vormt die niet beantwoordt aan de behoeften van de coördinatie van het vervoer.
3.
Derde middel: de bestreden maatregel is in strijd met verordening (EU) nr. 1316/2013 en verordening (EU) nr. 1315/2013 en aanvullende regelgeving.
—
Verzoekster betoogt onder meer dat de toekenning van subsidies (gesteld dat zij in overeenstemming met andere EU-regelgeving zou zijn) niet voldoet aan alle noodzakelijke voorwaarden, zodat de subsidies niet hadden mogen worden toegekend.
Full & Egal Universal Law Academy