10.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 221/35
Beroep ingesteld op 8 mei 2017 — Quadri di Cardano/Commissie
(Zaak T-273/17)
(2017/C 221/50)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Alessandro Quadri di Cardano (Schaarbeek, België) (vertegenwoordigers: N. De Montigny en J.-N. Louis, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
nietig te verklaren het besluit van het PMO van 19 juli 2016 tot vaststelling van haar individuele rechten bij haar indiensttreding bij het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken (INEA), voor zover haar daarbij de toekenning wordt geweigerd van de ontheemdingstoelage van 16 % in de zin van artikel 4 van bijlage VII bij het Statuut en, dientengevolge, van de daarmee verbonden rechten, met name de jaarlijkse reiskosten;
—
de verwerende partij te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan de niet-eerbiediging van de discussies en onderhandelingen in verband met de periode vóór de hervorming van het Ambtenarenstatuut en, met name, schending van gewettigde verwachtingen, van de beginselen van gewettigd vertrouwen en rechtszekerheid alsmede van de verworven rechten van de verzoekende partij, wegens de analyse die plotseling verschilt van haar dossier van individuele rechten.
2.
Tweede middel, betreffende het tijdelijk contract naar Belgisch recht, dat de Commissie aanvoert ter rechtvaardiging van het feit dat de verzoekende partij haar woonplaats in België heeft gevestigd gedurende de tijd dat zij werkzaam was voor een particulier werkgever. Dit middel bestaat uit drie onderdelen.
—
Eerste onderdeel, ontleend aan misbruik van bevoegdheid door de Commissie doordat zij elke relatie van ondergeschiktheid heeft willen uitsluiten die zij ten opzichte van de verzoekende partij gedurende haar periode als tijdelijke kracht had, om te ontkennen dat er sprake was van een ambt bij een internationale organisatie, waarop de analyse van de door artikel 4 van bijlage VII bij het Statuut vereiste voorwaarden in beginsel betrekking moet hebben;
—
tweede onderdeel, ontleend aan een onjuiste rechtsopvatting, schending van de Belgische rechtsvoorschriften inzake tijdelijke contracten en misbruik van de wet door de Commissie;
—
derde onderdeel, ontleend aan een kennelijke beoordelingsfout, schending van het evenredigheidsbeginsel en van het beginsel van behoorlijk bestuur.
Full & Egal Universal Law Academy