7.8.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 256/29
Beroep ingesteld op 15 mei 2017 — Danpower Baltic/Commissie
(Zaak T-295/17)
(2017/C 256/35)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Danpower Baltic UAB (Kuano, Litouwen) (vertegenwoordigers: D. Fouquet, J. Nysten en J. Voß, lawyers)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het besluit van de Commissie van 19 september 2016 inzake staatssteun in zaak SA.41539 (2016/N) — Litouwen, Investeringshulp voor een hoogrenderende warmte-krachtcentrale in Vilnius, UAB Vilniaus kogeneracinė jėgainė Viniaus Kogeneracinee Jeqaine — C(2016) 5943 final nietig verklaren;
—
verweerster verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij zeven middelen aan.
1.
Eerste middel: het besluit van de Commissie bevat een kennelijk onjuiste beoordeling daar het is gebaseerd op ontoereikend onvolledig, irrelevant en incoherent bewijs
—
Het besluit van de Commissie is gebaseerd op ontoereikend onvolledig, irrelevant en incoherent bewijs. Dit betreft met name de beschikbaarheid van particuliere investeringen in warmte-krachtkoppelingsinstallaties (WKKs) en andere warmte-installaties, de milieugevolgen van de WWK, de bestaande afvalverbrandingscapaciteit in Litouwen, de status quo van de verwarmingsmarkt in Vilnius, en het verzuim van Lietuvos Energija om een deugdelijke aanbestedingsprocedure te voeren voor de selectie van een particuliere partner. Deze informatie is door verweerster niet in aanmerking genomen.
2.
Tweede middel: het besluit van de Commissie maakt inbreuk op artikel 107 VWEU daar het niet in acht neemt dat een individuele kennisgeving moet worden verricht en een individuele beoordeling moet worden gemaakt voor omvangrijke steun en aanneemt dat die steun bijdraagt tot een doel van algemeen belang.
—
Het besluit van de Commissie maakt inbreuk op artikel 107 VWEU daar het niet in acht neemt dat een individuele kennisgeving moet worden verricht en een individuele beoordeling moet worden gemaakt voor omvangrijke steun en aanneemt dat die steun bijdraagt tot een doel van algemeen belang. In het besluit van de Commissie is niet naar behoren beoordeeld, overeenkomstig punt 33 van de Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020, of de staatssteun dient ter bescherming van het milieu. Verweerster heeft de verkeerde beoordelingsmaatstaf gebruikt en heeft er geen rekening mee gehouden met de potentiële CO2-verminderingen aanzienlijk geringer zijn dan in het besluit is gesteld.
3.
Derde middel: het besluit van de Commissie maakt inbreuk op artikel 107 VWEU daar het zal leiden tot omzeiling van de afvalhiërarchie in Litouwen.
—
Het besluit van de Commissie maakt inbreuk op artikel 107 VWEU daar het zal leiden tot omzeiling van de afvalhiërarchie in Litouwen. De staatssteun zal de overcapaciteit van afvalverbrandingsinstallaties in Litouwen verder doen toenemen en stimulansen verminderen om hergebruik en recycling van afval te doen toenemen. Dit zal Litouwen belemmeren om de doelstelling van 50 % recycling als gesteld in richtlijn 2008/98/EG te halen. De Europese Commissie zelf heeft er bij de Litouwse regering op aangedrongen de bouw van afvalverbrandingsinstallaties niet te stimuleren.
4.
Vierde middel: het besluit van de Commissie maakt inbreuk op artikel 107 VWEU voor zover daarin tot de slotsom wordt gekomen dat staatsinterventie in de vorm van staatssteun nodig is.
—
Verweerster heeft het bewijs dat voor de verwarmingsmarkt van het district Vilnius soortgelijke verbeteringen op het gebied van milieubescherming zouden ontstaan middels de vervanging van gas door biomassa zonder noodzaak van staatsinterventie, niet onderzocht en niet beoordeeld. Er geen sprake van falen op de verwarmingsmarkt in Vilnius. De verwarmingsmarkt is een competitieve markt met concurrerende prijzen die investeringen in CO2-neutrale biomassa en afvalverbrandingscapaciteiten passend stimuleren.
5.
Vijfde middel: het besluit van de Commissie maakt inbreuk op artikel 107 VWEU voor zover daarin tot de slotsom wordt gekomen dat de steunmaatregel evenredig is
—
In het besluit van de Commissie is geen passende beoordeling gemaakt van de evenredigheid voor zover daarin de door de Litouwse regering verstrekte informatie zonder toetsing wordt aanvaard, en een verkeerd alternatief scenario wordt gebruikt waardoor twee geheel verschillende investeringsprojecten worden vergeleken (WWK en uitsluitend warmte producerend boilerstations in plaats van twee WWK projecten te vergelijken).
6.
Zesde middel: het besluit van de Commissie maakt inbreuk op artikel 107 VWEU door tot de slotsom te komen dat de staatssteun een stimulerend effect zou hebben
—
Verweerster baseerde zich op de stellingen van de Litouwse regering dat de begunstigde anders de WWK van Vilnius niet zou hebben gebouwd, hetgeen echter onjuist is, daar deze activiteiten precies binnen het bereik van de normale bedrijfsactiviteiten van de begunstigde vallen, dat wil zeggen, dat daarvoor geen verdere stimulans nodig is.
7.
Zevende middel: het besluit van de Commissie maakt inbreuk op artikel 107 VWEU voor zover daarin de gevolgen voor de mededinging op de verwarmingsmarkt van Vilnius verkeerd zijn beoordeeld
—
Verweerster beschikte over informatie over de mededinging op de verwarmingsmarkt van Vilnius, maar heeft deze kennelijk verkeerd beoordeeld door te concluderen dat er geen gevolgen waren. In het bijzonder was niet voldoende onderzocht of er sprake was van gevaar dat bestaande marktdeelnemers uit de markt worden verdrongen daar onvoldoende onderzoek naar verzoekster was gedaan en de conclusies van verweerster zijn dus onjuist. De staatssteun zal zelfstandige warmteproducenten die CO2-neutrale biomassaverwarmingsinstallaties exploiteren, van de markt verdringen. Voorts stelt de staatssteun Vilnius KJ in staat onmiddellijk de dominante marktdeelnemer te worden met een marktaandeel van ongeveer 51 %.
Full & Egal Universal Law Academy