31.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 249/39
Beroep ingesteld op 2 juni 2017 — FLA Europe/Commissie
(Zaak T-347/17)
(2017/C 249/53)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: FLA Europe NV (Oudenaarde, België) (vertegenwoordigers: A. Willems, S. De Knop en B. Natens, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
dit verzoekschrift ontvankelijk te verklaren;
—
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/423 van de Commissie van 9 maart 2017 betreffende het opnieuw instellen van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaald schoeisel met bovendeel van leder van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Vietnam en geproduceerd door Fujian Viscap Shoes Co. Ltd, Vietnam Ching Luh Shoes Co. Ltd, Vinh Thong Producing-Trading-Service Co. Ltd, Qingdao Tae Kwang Shoes Co. Ltd, Maystar Footwear Co. Ltd, Lien Phat Company Ltd, Qingdao Sewon Shoes Co. Ltd, Panyu Pegasus Footwear Co. Ltd, PanYu Leader Footwear Corporation, Panyu Hsieh Da Rubber Co. Ltd, An Loc Joint Stock Company, Qingdao Changshin Shoes Company Limited, Chang Shin Vietnam Co. Ltd, Samyang Vietnam Co. Ltd, Qingdao Samho Shoes Co. Ltd, Min Yuan, Chau Giang Company Limited, Foshan Shunde Fong Ben Footwear Industrial Co. Ltd en Dongguan Texas Shoes Limited Co., ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-659/13 en C-34/14 nietig te verklaren; en
—
de Commissie in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een schending van artikel 5, leden 1 en 2, VEU en, subsidiair, het beginsel van institutioneel evenwicht van artikel 13, lid 2, VEU.
—
De bestreden verordening mist elke rechtsgrondslag.
—
De Commissie was niet bevoegd om de bestreden verordening aan te nemen.
2.
Tweede middel, ontleend aan een schending van artikel 266 VWEU door het verzuim om de maatregelen te treffen die nodig zijn om het arrest van het Hof van Justitie van 4 februari 2016, C&J Clark International (C-659/13 en C-34/14, EU:C:2016:74) uit te voeren.
3.
Derde middel, ontleend aan een schending van artikelen 1, lid 1, en 10, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 (1) en het rechtszekerheidsbeginsel (verbod van terugwerkende kracht) door het instellen van antidumpingrechten op goederen die zich in het vrij verkeer bevinden.
4.
Vierde middel, ontleend aan een schending van artikel 21 van Verordening (EU) 2016/1036 door het instellen van antidumpingrechten zonder een nieuwe beoordeling van het Uniebelang.
5.
Vijfde middel, ontleend aan een schending van artikel 5, leden 1 en 4, VEU door het vaststellen van een handeling die verder gaat dan hetgeen nodig is om het beoogde doel te bereiken.
(1) Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB 2016, L 176, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy