31.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 249/40
Beroep ingesteld op 2 juni 2017 — Nike European Operations Netherlands e.a./Commissie
(Zaak T-351/17)
(2017/C 249/54)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Nike European Operations Netherlands BV (Hilversum, Nederland), Hugo Boss AG (Metzingen, Duitsland), Timberland Europe BV (Almelo, Nederland), New Balance Athletic Shoes (UK) Ltd (Warrington, Verenigd Koninkrijk), Wolverine Europe BV (Amsterdam, Nederland) en Wolverine Europe Ltd (Londen, Verenigd Koninkrijk) (vertegenwoordigers: E. Vermulst en J. Cornelis, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van uitvoeringsverordening (EU) 2017/423 van de Commissie van 9 maart 2017 betreffende het opnieuw instellen van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaald schoeisel met bovendeel van leder van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Vietnam en geproduceerd door Fujian Viscap Shoes Co. Ltd, Vietnam Ching Luh Shoes Co. Ltd, Vinh Thong Producing-Trading-Service Co. Ltd, Qingdao Tae Kwang Shoes Co. Ltd, Maystar Footwear Co. Ltd, Lien Phat Company Ltd, Qingdao Sewon Shoes Co. Ltd, Panyu Pegasus Footwear Co. Ltd, PanYu Leader Footwear Corporation, Panyu Hsieh Da Rubber Co. Ltd, An Loc Joint Stock Company, Qingdao Changshin Shoes Company Limited, Chang Shin Vietnam Co. Ltd, Samyang Vietnam Co. Ltd, Qingdao Samho Shoes Co. Ltd, Min Yuan, Chau Giang Company Limited, Foshan Shunde Fong Ben Footwear Industrial Co. Ltd en Dongguan Texas Shoes Limited Co., ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-659/13 en C-34/14 (PB 2017, L 64, blz. 72);
—
verwijzing van de Europese Commissie in de kosten van verzoeksters.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters vier middelen aan.
1.
Eerste middel: de Europese Commissie was juridisch niet bevoegd om de bestreden verordening vast te stellen.
2.
Tweede middel: het bij de bestreden verordening heropenen van de afgesloten procedure inzake schoeisel en met terugwerkende kracht instellen van het vervallen antidumpingrecht: (i) heeft geen rechtsgrondslag, is gebaseerd op een kennelijk onjuiste toepassing van artikel 266 VWEU en van de basisverordening (1) en maakt inbreuk op artikel 9, lid 4, van de basisverordening; (ii) is strijdig met het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen, met het rechtszekerheidsbeginsel en met het verbod van terugwerkende kracht, wat verzoeksters betreft; (iii) berust op een onjuiste toepassing van artikel 266 VWEU en op misbruik van bevoegdheid door de Europese Commissie en maakt inbreuk op artikel 5, lid 4, VEU.
3.
Derde middel: het met terugwerkende kracht opleggen van het antidumpingrecht aan de leveranciers van verzoeksters, waardoor terugbetaling betaalde antidumpingrechten aan verzoeksters wordt voorkomen, schendt het verbod van discriminatie.
4.
Vierde middel: de Europese Commissie heeft bij het beoordelen van de vorderingen tot behandeling als markgerichte onderneming en tot individuele behandeling misbruik gemaakt van haar bevoegdheid en heeft daardoor het non-discriminatiebeginsel geschonden.
(1) Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB 2016, L 176, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy