31.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 249/42
Beroep ingesteld op 2 juni 2017 — Jana shoes e.a./Commissie
(Zaak T-360/17)
(2017/C 249/57)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Jana shoes GmbH & Co. KG (Detmold, Duitsland), Novi International GmbH & Co. KG (Detmold), GmbH & Co. KG (Detmold), Wendel GmbH & Co. KG Schuhproduktionen International (Detmold) en Wortmann KG Internationale Schuhproduktionen (Detmold) (vertegenwoordigers: A. Willems en S. De Knop, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
ontvankelijkverklaring van het beroep;
—
nietigverklaring van uitvoeringsverordening (EU) 2017/423 van de Commissie van 9 maart 2017 betreffende het opnieuw instellen van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaald schoeisel met bovendeel van leder van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Vietnam en geproduceerd door Fujian Viscap Shoes Co. Ltd, Vietnam Ching Luh Shoes Co. Ltd, Vinh Thong Producing-Trading-Service Co. Ltd, Qingdao Tae Kwang Shoes Co. Ltd, Maystar Footwear Co. Ltd, Lien Phat Company Ltd, Qingdao Sewon Shoes Co. Ltd, Panyu Pegasus Footwear Co. Ltd, PanYu Leader Footwear Corporation, Panyu Hsieh Da Rubber Co. Ltd, An Loc Joint Stock Company, Qingdao Changshin Shoes Company Limited, Chang Shin Vietnam Co. Ltd, Samyang Vietnam Co. Ltd, Qingdao Samho Shoes Co. Ltd, Min Yuan, Chau Giang Company Limited, Foshan Shunde Fong Ben Footwear Industrial Co. Ltd en Dongguan Texas Shoes Limited Co., ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-659/13 en C-34/14 (PB 2017, L 64, blz. 72);
—
verwijzing van de Europese Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: uitvoeringsverordening 2017/423, die geen geldige rechtsgrondslag heeft, schendt het beginsel van bevoegdheidstoedeling neergelegd in artikel 5, leden 1 en 2, VEU en in elk geval het beginsel van het institutionele evenwicht neergelegd in artikel 13, lid 2, VEU.
2.
Tweede middel: doordat daarin niet de maatregelen worden genomen welke nodig zijn ter uitvoering van het arrest in de gevoegde zaken C-659/13 en C-34/14, C&J Clark International, schendt uitvoeringsverordening nr. 2017/423 artikel 266 VWEU.
3.
Derde middel: door een antidumpingrecht in te stellen op schoeisel dat werd ingevoerd „tijdens de toepassingsperiode van verordening (EG) nr. 1472/2006 [van de Raad] en uitvoeringsverordening (EU) nr. 1294/2009 [van de Raad]”, schendt uitvoeringsverordening 2017/423 artikel 1, lid 1, en artikel 10, lid 1, van verordening (EU) 2016/1036 (1) en het rechtszekerheidsbeginsel (verbod van terugwerkende kracht).
4.
Vierde middel: doordat daarbij een antidumpingrecht wordt ingesteld zonder een nieuwe beoordeling van het belang van de Unie, schendt uitvoeringverordening 2017/423 artikel 21 van verordening 2016/1036 en in elk geval is het kennelijk onjuist tot de slotsom te komen dat de instelling van het antidumpingrecht in het belang van de Unie was.
5.
Vijfde middel: doordat daarbij een handeling is vastgesteld die verder gaat dan nodig is om het beoogde doel te bereiken, schendt uitvoeringsverordening 2017/423 artikel 5, leden 1 en 4, VEU.
(1) Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB 2016, L 176, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy