31.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 249/47
Beroep ingesteld op 12 juni 2017 — KPN/Commissie
(Zaak T-370/17)
(2017/C 249/64)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: KPN BV (Den Haag, Nederland) (vertegenwoordigers: P. van Ginneken en G. Béquet, lawyers)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit C (2016) 5165 def. van de Europese Commissie van 3 augustus 2016 waarbij een concentratie verenigbaar wordt verklaard met de interne markt en de EER-overeenkomst overeenkomstig artikel 6, lid 2, van verordening nr. 139/2004 van de Raad in zaak M. 7978 — Vodafone/Liberty Global/Dutch JV;
—
terugverwijzing van de zaak naar de Commissie voor verder onderzoek op de voet van artikel 10, lid 5, van verordening nr. 139/2004 van de Raad;
—
verwijzing van de Europese Commissie in de proceskosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
1.
Eerste middel, inhoudend dat de Commissie een kennelijke fout heeft gemaakt bij de beoordeling van de markt voor sportgerelateerde inhoud, en dat de mededingingsanalyse van de Commissie daardoor ongefundeerd is.
—
Verzoekster voert aan dat sportgerelateerde inhoud niet substitueerbaar is en voor abonnees essentieel is. Volgens verzoekster betekent dit dat sportgerelateerde inhoud (en met name must-have sportgerelateerde inhoud) essentieel is voor aanbieders van TV-programma’s die (onder meer) op markten voor TV-diensten willen concurreren.
—
Verzoekster voert verder aan dat de Commissie, door tot een ander oordeel te komen, een kennelijke fout heeft gemaakt bij de beoordeling van de markt(en) voor sportgerelateerde inhoud. Volgens verzoekster hebben deze fouten in de afbakening van de markt gevolgen voor de verdere beoordeling van de Commissie in dit besluit en uiteindelijk ook voor de eindbeslissing van de Commissie om de fusie toe te staan.
2.
Tweede middel, inhoudend dat de Commissie een kennelijke fout heeft gemaakt bij de beoordeling ten aanzien van de prikkel om op de markt voor de wholesale levering van Premium Pay TV Sportkanalen de input af te schermen.
—
Verzoekster voert aan dat Ziggo vóór de fusie al in staat was en een prikkel ondervond om must-have inhoud af te schermen van concurrenten. Volgens verzoekster wist de Commissie dit, en de fusie maakt het dus mogelijk om die afscherming uit te breiden naar nieuwe markten zoals die voor gecombineerde bundels voor vaste en mobiele diensten („fixed-mobile multiplay bundles”).
—
Verzoekster voert eveneens aan dat de Commissie ten onrechte heeft geoordeeld dat de consumptie van inhoud op mobiele apparaten beperkt is en deze markten dus niet zouden worden getroffen door de fusie. Verder heeft de Commissie ten onrechte geoordeeld dat de markten voor gecombineerde bundels voor vaste en mobiele diensten („fixed-mobile multiplay bundles”) zich in Nederland slechts nog in een pril stadium bevinden, aldus verzoekster.
—
Volgens verzoekster heeft de Commissie dus ten onrechte de conclusie getrokken dat de fusie geen negatieve gevolgen zou hebben wat betreft de afscherming van sportgerelateerde inhoud op de markten voor gecombineerde bundels voor vaste en mobiele diensten („fixed-mobile multiplay bundles”).
3.
Derde middel, inhoudend dat de Commissie niet heeft gemotiveerd waarom de joint venture niet geprikkeld zou worden om de toegang tot must-have inhoud af te schermen van downstreamconcurrenten.
—
Verzoekster voert aan dat de in de vorige middelen besproken bevindingen van de Commissie onvoldoende zijn gemotiveerd.
Full & Egal Universal Law Academy