11.9.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 300/31
Beroep ingesteld op 11 juli 2017 — Nexans France en Nexans/Commissie
(Zaak T-423/17)
(2017/C 300/39)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Nexans France (Corbevoie, Frankrijk) en Nexans (Courbevoie) (vertegenwoordigers: M. Powell en A. Rogers, Solicitors, en G. Forwood, lawyer)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit C(2017) 3051 final van de Commissie van 2 mei 2017 op een verzoek om vertrouwelijke behandeling ingediend door Nexans France en Nexans overeenkomstig artikel 8 van besluit 2011/695/EU van de voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (zaak AT.39610 — Stroomkabels), voor zover daarbij de verzoeken van verzoeksters om vertrouwelijke behandeling van het materiaal waarvan zij in zaak T-449/14 stellen dat het onrechtmatig was verkregen (zogenoemde „Category I Claims”), werden afgewezen, en
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voeren de verzoekende partijen drie middelen aan.
1.
De Commissie heeft geen toereikende motivering gegeven, hetgeen in strijd is met artikel 296 VWEU, artikel 41, lid 2, onder c) van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 8, lid 2, van besluit 2011/695/EU.
2.
De Commissie heeft bij de toetsing van verzoeksters verzoek overeenkomstig artikel 8, lid 2, van besluit 2011/695 blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, ten eerste, door te oordelen dat een deel van het materiaal reeds bij meer dan een beperkt aantal personen bekend was, ten tweede, door het beginsel van beginsel van een daadwerkelijke rechtsbescherming niet naar behoren in acht te nemen en, ten derde, door te oordelen dat de belangen van verzoeksters niet beschermwaardig zijn.
3.
De Commissie heeft het vermoeden van onschuld geschonden, gelet op het feit dat de rechtmatigheid van de methode waarmee het bestreden materiaal was verkregen in de bij het Gerecht aanhangige zaak T-449/14 wordt betwist. Openbaarmaking van het betwiste materiaal zou een nietigverklaring in die zaak haar volle werking ontnemen.