16.10.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 347/30
Beroep ingesteld op 21 juli 2017 — Shindler e.a./Raad
(Zaak T-458/17)
(2017/C 347/39)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partijen: Harry Shindler (Porto d’Ascoli, Italië) en 12 andere verzoekers (vertegenwoordiger: J. Fouchet, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
Verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
besluit (EU, Euratom) XT 21016/17, samen met de bijlage bij dit besluit XT 21016/17, ADD 1 REV 2, van de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2017 waarbij machtiging wordt verleend om met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland onderhandelingen te beginnen over een akkoord over de voorwaarden voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, nietig te verklaren;
—
bijgevolg,
—
de Raad van de Europese Unie te verwijzen in alle kosten van de procedure, daaronder begrepen advocatenkosten ten belope van 5 000 EUR;
—
onder alle voorbehoud en waarbij met name de SCP CORNILLE-POUYANNE, advocaten aan de balie van Bordeaux, zich het recht voorbehoudt alle nuttige opmerkingen te maken op de door het Gerecht van de Europese Unie bepaalde terechtzitting.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voeren verzoekende partijen twee middelen aan.
1.
Eerste middel: externe onwettigheid van besluit (EU, Euratom) XT 21016/17, samen met de bijlage bij dit besluit XT 21016/17, ADD 1 REV 2, van de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2017 waarbij machtiging wordt verleend om met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland onderhandelingen te beginnen over een akkoord over de voorwaarden voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (hierna: „bestreden besluit”). Dit middel bestaat uit twee onderdelen:
—
Eerste onderdeel: schending van het Euratom-Verdrag doordat het bestreden besluit en de bijlage daarbij voorzien in de automatische terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie samen met de terugtrekking uit de Unie zonder te voorzien in een afzonderlijke procedure van terugtrekking en onderhandeling.
—
Tweede onderdeel: inbreuk op de verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten doordat het bestreden besluit en de bijlage daarbij de Unie een buitengewone horizontale bevoegdheid verlenen de Unie om de onderhandelingen over een akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk aan te vatten en de mogelijkheid van een gemengd akkoord uitsluiten, zodat er geen enkel voornemen is om het eindakkoord door de lidstaten te laten ratificeren.
2.
Tweede middel: interne onwettigheid van het bestreden besluit. Dit middel bestaat uit drie onderdelen:
—
Eerste onderdeel: schending van het beginsel van gelijke behandeling voor zover verwerende partij door de vaststelling van het bestreden besluit en van de bijlage daarbij een terugtrekkingsprocedure heeft aanvaard die wordt ingeleid zonder dat de Europese burgers die hun vaderland hebben verlaten, zich hebben kunnen uitspreken over het eventuele verlies van hun Europees burgerschap. Daardoor zou inbreuk zijn gemaakt op het recht om te worden gehoord en om zijn mening te kennen te geven door het uitbrengen van een stem bij een verkiezing met een Europese draagwijdte. Het bestreden besluit zou aldus bekrachtigen dat er een categorie van burgers van tweede klasse bestaat aan wie het stemrecht is ontnomen omdat zij gebruik hebben gemaakt van hun recht van vrij verkeer, zou bijgevolg het beginsel van gelijke behandeling van de burgers niet in acht hebben genomen. Verzoekende partijen zijn van mening dat hierbij sprake is van discriminatie van Europese burgers op grond van hun woonplaats.
—
Tweede onderdeel: schending van artikel 203 VWEU doordat het bestreden besluit voorziet in de terugtrekking van de Britse landen en gebieden overzee (LGO) zonder dat de inwoners van de LGO hebben kunnen stemmen over de terugtrekking uit de associatieregeling waarin het Europees Verdrag voorziet, en zonder te verwijzen naar de specifieke procedure artikel 203 VWEU betreffende die inwoners, zodat het bestreden besluit ook de in artikel 199 VWEU geformuleerde vrijheid van vestiging schendt.
—
Derde onderdeel: schending van het rechtszekerheidsbeginsel en van het beginsel van gewettigd vertrouwen doordat volgens verzoekende partijen het beginnen van onderhandelingen met een onzekere afloop over een akkoord inzake terugtrekking belangrijke gevolgen zal hebben voor de regels die rechten regelen die verzoekende partijen aan het Europees burgerschap ontlenen, ofschoon laatstgenoemden door gebruik te maken van het vrije verkeer een gezins- en familieleven hebben opgebouwd in een andere lidstaat. Het bestreden besluit en de bijlage daarbij zouden dus niet voldoen aan de uit het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van gewettigd vertrouwen voortvloeiende eis van voorzienbaarheid van de rechtsregel en zouden ook inbreuk maken op de eerbiediging van het privé- en het gezinsleven.