18.9.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 309/36
Beroep ingesteld op 26 juli 2017 — TP/Commissie
(Zaak T-464/17)
(2017/C 309/48)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: TP (vertegenwoordiger: W. Limuti, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het bestreden besluit nietig verklaren en intrekken en alle daaruit voortvloeiende handelingen, met inbegrip van impliciete en nog niet bekende handelingen, nietig verklaren, alle eruit voortvloeiende gevolgen voor de rechtssfeer en het vermogen van verzoeker nietig verklaren en bevelen dat de zaak aldus wordt behandeld dat verzoeker, na de nodige informatie te hebben verkregen, zijn argumenten naar voren kan brengen, en dat het nieuwe besluit met inachtneming van het vertrouwensbeginsel, het wettigheidsbeginsel en het transparantiebeginsel wordt vastgesteld;
—
het onderhavige beroep ontvankelijk verklaren en de sindsdien door de ambtenaar geleden schade erkennen, meer bepaald niet alleen de materiële, maar ook de immateriële psychische en lichamelijke schade, zoals uiteengezet in het bij het dossier gevoegde gerechtelijk geneeskundig verslag, waarin een gemiddeld ernstige existentiële schade is vastgesteld alsook een aanpassingsstoornis met angstgevoel en een depressieve gemoedstoestand van chronische aard, veroorzaakt door een in de arbeidscontext opgelopen trauma, begroot op 20 %.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen het besluit tot afwijzing van verzoekers bezwaar tegen de inhouding op zijn salaris door het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO) ingevolge het vonnis van de Tribunale di Treviso (rechter in eerste aanleg Treviso, Italië) waarbij de echtscheiding tussen verzoeker en zijn ex-echtgenote is uitgesproken.
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker de volgende middelen aan:
1.
Schending van het recht van de ambtenaar om te worden gehoord en verklaringen af te leggen.
2.
Schending van verzoekers recht om de voor zijn verdediging relevante informatie te ontvangen.
3.
Schending van verzoekers recht om de redenen te vernemen waarom hij de relevante informatie niet kon ontvangen.
4.
Schending en onjuiste toepassing van artikel 7, lid 1, van verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (1), en bijgevolg schending van het recht op informatie over de tegen verzoeker lopende procedure en niet-nakoming van de verplichting om de besluiten te motiveren.
5.
Schending van artikel 24 van het Statuut en bijgevolg schending van verzoekers recht om bij aanvallen van andere personen te worden verdedigd en bijgestaan door de instelling.
6.
Bestaan van psychische en lichamelijke schade aan verzoeker en van een oorzakelijk verband tussen de gedraging van het bestuur en de geleden schade.
(1) PB 2001, L 145, blz. 3.