25.9.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 318/22
Beroep ingesteld op 28 juli 2017 — Iccrea Banca/Commissie en GAR
(Zaak T-494/17)
(2017/C 318/29)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Iccrea Banca SpA Istituto Centrale del Credito Cooperativo (Rome, Italië) (vertegenwoordigers: P. Messina, F. Isgrò en A. Dentoni Litta, advocaten)
Verwerende partijen: Europese Commissie en Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR)
Conclusies
Verzoekster verzoekt het Gerecht:
—
nietig te verklaren het besluit van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad SRB/ES/SRF/2016/06 van 15 april 2016 en alle latere besluiten van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad op basis waarvan Banca d’Italia de volgende besluiten heeft vastgesteld: 1547337/16 van 29 december 2016, 0333162/17 van 14 maart 2017, 0334520/17 van 14 maart 2017, 1249264/15 van 24 november 2015 en 1262091/15 van 26 november 2015;
—
Iccrea Banca vergoeding toe te kennen voor de schade die de Gemeenschappelijke afwikkelingsraad haar heeft toegebracht door de vaststelling van de door verzoekster verschuldigde bijdragen, welke schade bestaat in de door Iccrea Banca afgedragen hogere bedragen;
—
subsidiair, voor het geval bovenstaande vorderingen niet worden toegewezen, artikel 5, lid 1, onder a) et onder f), [van gedelegeerde verordening (EU) 2015/63] of, in voorkomend geval, die gehele verordening, nietig te verklaren wegens de fundamentele beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie en evenredigheid;
—
hoe dan ook, de Gemeenschappelijke afwikkelingsraad in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Het beroep is gericht tegen het besluit van de Gemeenschappelijke afwikkelingsraad SRB/ES/SRF/2016/06 van 15 april 2016 en alle latere besluiten van deze laatste op basis waarvan Banca d’Italia betaling van de bijdragen aan het Gemeenschappelijk afwikkelingsfonds heeft gevorderd.
Tot staving van haar beroep voert verzoekster zes middelen aan:
1.
Eerste middel: verzuim om de besluiten mee te delen, schending van het doorzichtigheidsbeginsel, schending en onjuiste toepassing van artikel 15 VWEU, schending van het vertrouwensbeginsel.
Verzoekster is nooit in de gelegenheid gesteld, kennis te nemen van de besluiten van de Gemeenschappelijke afwikkelingsraad en de zuiver materiële rol van Banca d’Italia bij de uitvoering van die besluiten te begrijpen.
2.
Tweede middel: gebrek aan instructie, onjuiste beoordeling van de feiten, schending en onjuiste toepassing van artikel 5, [lid 1], onder a), van verordening nr. 2015/63 (1) en schending van de beginselen van non-discriminatie en van goed bestuur.
De Gemeenschappelijke afwikkelingsraad heeft artikel 5, [lid 1], onder a), van verordening nr. 2015/63 bij de vaststelling van de door verzoekster verschuldigde bijdragen onjuist toegepast door geen rekening te houden met de toepassing van de passiva binnen de groep.
3.
Derde middel: gebrek aan instructie, onjuiste beoordeling van de feiten, schending en onjuiste toepassing van artikel 5, [lid 1], onder [f]), van verordening nr. 2015/63, schending van de beginselen van non-discriminatie en van goed bestuur.
De Gemeenschappelijke afwikkelingsraad heeft artikel 5, [lid1], onder f), van verordening nr. 2015/63 onjuist toegepast met het creëren van een situatie van dubbele berekening.
4.
Vierde middel: onrechtmatig handelen van een orgaan van de Unie en vordering op grond van niet-contractuele aansprakelijkheid ex artikel 268 VWEU.
Het handelen van de Gemeenschappelijke afwikkelingsraad voldoet aan alle vereisten waaraan een dergelijke vordering volgens de Europese rechtspraak moet voldoen, te weten onrechtmatigheid van de aan de instelling verweten gedraging, het bestaan van schade en causaal verband tussen die gedraging en de schade.
5.
Vijfde — subsidiaire en incidentele — middel: schending van het gelijkwaardigheids- en het gelijkheidsbeginsel met als gevolg niet-toepasselijkheid van verordening nr. 2015/63.
Een eventueel contrast tussen genoemde verordening en de situatie van verzoekster is in strijd met voormelde beginselen omdat belastingplichtigen die zich in dezelfde feitelijke situatie als Iccrea bevinden in aanmerking komen voor belastingverminderingen, waardoor verzoeksters situatie ten onrechte is verslechterd en bijgevolg vergelijkbare situaties verschillend worden behandeld.
6.
Zesde middel: schending van artikel 15 VWEU doordat verzoekster geen kennis heeft kunnen nemen van de besluiten van de Gemeenschappelijke afwikkelingsraad, en een verzoek dat overlegging van die besluiten wordt gelast.
Verzoekster heeft nog geen kennis kunnen nemen van de met betrekking tot de jaren 2015, 2016 en 2017 ten aanzien van haar genomen besluiten, zulks in flagrante strijd met artikel 15 VWEU en het recht op toegang tot documenten van de instellingen, organen en instanties van de Unie, ongeacht de drager ervan.
(1) Gedelegeerde verordening (EU) 2015/63 van de Commissie van 21 oktober 2014 tot aanvulling van richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van wat de vooraf te betalen bijdragen aan afwikkelingsfinancieringsregelingen betreft (PB 2015, L 11, blz. 44).