2.10.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 330/15
Beroep ingesteld op 4 augustus 2017 — Sánchez del Valle en Calatrava Real State 2015/Commissie en GAR
(Zaak T-497/17)
(2017/C 330/20)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partijen: Manuel Alfonso Sánchez del Valle (Madrid, Spanje) en Calatrava Real State 2015, SL (Madrid) (vertegenwoordigers: B. Gutiérrez de la Roza Pérez, P. Rubio Escobar, R. Ruiz de la Torre Esporrín en B. Fernández García, advocaten)
Verwerende partijen: Europese Commissie en Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
het tijdens de bestuursvergadering van 7 juni 2017 genomen besluit (SRB/EES/2017/08) van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad tot vaststelling van de afwikkelingsregeling voor de instelling Banco Popular Español, S.A. nietig te verklaren;
—
besluit (EU) 2017/1246 van de Commissie van 7 juni 2017 tot goedkeuring van de afwikkelingsregeling voor Banco Popular Español, S.A. nietig te verklaren,
—
de verwerende partijen en de interveniënten die hun conclusies geheel of gedeeltelijk ondersteunen, in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen elf middelen aan.
1.
Eerste middel: het bestreden besluit is niet of ontoereikend gemotiveerd, zodat de artikelen 41, lid 2, en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geschonden zijn.
2.
Tweede middel: schending van artikel 20, lid 1, van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014, omdat vóór het afwikkelingsbesluit geen eerlijke, prudente en realistische waardering van de activa en passiva van Banco Popular is verricht door een onafhankelijke persoon.
3.
Schending van artikel 18, lid 1, onder a), juncto artikel 18, lid 4, onder c), van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014, voor zover bij de bestreden besluiten is beslist om Banco Popular af te wikkelen, terwijl deze bankinstelling op 6 juni 2017 geen solventieproblemen kende en haar liquiditeitsproblemen tijdelijk waren.
4.
Schending van artikel 18, lid 1, onder b), van verordening (EU) nr. 806/2014 voor zover bij de bestreden besluiten is beslist om Banco Popular af te wikkelen, terwijl redelijkerwijze te verwachten viel dat alternatieve maatregelen van de particuliere sector binnen een redelijk tijdsbestek het falen van deze entiteit zouden voorkomen.
5.
Schending van artikel 14, lid 2, van verordening (EU) nr. 806/2014, aangezien niet is getracht de afwikkelingskosten zoveel mogelijk te beperken en waardevernietiging te vermijden, tenzij die noodzakelijk is om de afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken.
6.
Schending van artikel 22 van verordening (EU) nr. 806/2014 door de bestreden besluiten niet af te wegen en door geen gebruik te maken van de in lid 2 vermelde afwikkelingsinstrumenten die een alternatief kunnen vormen voor de verkoop van de onderneming, conform het bepaalde in lid 3.
7.
Schending van artikel 15, lid 1, onder g), van verordening (EU) nr. 806/2014, aangezien de aandeelhouders meer zouden moeten krijgen dan zij zouden krijgen in geval van faillissement.
8.
Schending van artikel 29 van verordening (EU) nr. 806/2014.
9.
Schending van het recht op eigendom en dus schending van artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
10.
Schending van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, gelet op de onmogelijkheid voor de aandeelhouders om zich te verweren.
11.
Schending van het recht van de aandeelhouders en de overige houders van effecten die vallen onder de afschrijvings- en omzettingsmaatregelen om te worden gehoord voordat de individuele afschrijvingsmaatregel die hun vermogen treft, werd genomen.