9.10.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 338/19
Beroep ingesteld op 18 augustus 2017 — Tong Myong/Raad en Commissie
(Zaak T-564/17)
(2017/C 338/21)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: So Tong Myong (Pyongyang, Democratische Volksrepubliek Korea) (vertegenwoordigers: M. Lester en S. Midwinter, QC, T. Brentnall en A. Stevenson, Solicitors)
Verwerende partijen: Raad van de Europese Unie en Europese Commissie
Conclusies
—
vernietiging van uitvoeringsverordening (EU) 2017/993 van de Commissie van 12 juni 2017 tot wijziging van verordening (EG) nr. 329/2007 van de Raad betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Democratische Volksrepubliek Korea (PB 2017, L 149, blz. 67) en besluit (GBVB) 2017/994 van de Raad van 12 juni 2017 tot wijziging van besluit (GBVB) 2016/849 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (PB 2017, L 149, blz. 75), voor zover daarbij verzoekster is opgenomen op de lijst van entiteiten waarvoor beperkende maatregelen gelden;
—
verwijzing van verweerders in verzoeksters kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij zes middelen aan.
1.
Eerste middel: verwerende partijen hebben verzuimd toereikend of afdoende te motiveren waarom verzoekster op de lijst is opgenomen.
2.
Tweede middel: verwerende partijen hebben een kennelijke fout gemaakt door te menen dat voor verzoekster was voldaan aan enig criterium voor toepassing van de betwiste maatregelen; er is geen feitelijke grondslag voor verzoeksters opname op de lijst.
3.
Derde middel: verwerende partijen hebben hun bevoegdheden misbruikt door ernaar te streven dat verzoeksters recht krachtens artikel 230 VWEU op een daadwerkelijk rechtsmiddel in verband met haar opname op de lijst een dode letter wordt en/of door verzoeksters recht op een gelijke behandeling te schenden.
4.
Vierde middel: verwerende partijen hebben verzoeksters rechten van verdediging geschonden door haar niet het bewijs te leveren waarop zij steunen om verzoekster opnieuw op de lijst op te nemen.
5.
Vijfde middel: verwerende partijen hebben de rechtsbeginselen inzake gegevensbescherming geschonden.
6.
Zesde middel: verwerende partijen hebben zonder rechtvaardiging en op onevenredige wijze verzoeksters grondrechten geschonden, waaronder haar recht op bescherming van eigendom, onderneming en goede naam.