Zaak T-580/17: Beroep ingesteld op 24 augustus 2017 — Karp / Parlement
C4122017NL3220120170824NL0047322332
Beroep ingesteld op 24 augustus 2017 — Karp / Parlement
(Zaak T-580/17)2017/C 412/47Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Kevin Karp (Brussel, België) (vertegenwoordigers: N. Lambers en R. Ben Ammar, advocaten)
Verwerende partij: Europees Parlement
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
nietigverklaring van het besluit van het tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag voor de EVDD-fractie in het Europees Parlement, waarbij hij is ingedeeld in functiegroep II, rang 4, trap I, ofschoon hij tot aan de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst op 11 november 2016 adviestaken vervulde die overeenkwamen met een salarisrang van de functiegroep IV;
—
toekenning van een vergoeding voor de materiële en immateriële schade die hij zou hebben geleden, daaronder begrepen schade wegens het verlies van een kans om na de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst te worden aangeworven.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van artikel 80 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (RAP).
—
Verzoeker stelt dat hij is ingedeeld in een salarisrang die overeenkwam met de functiegroep I voor zijn eerste contract en in de laagste rang van functiegroep II voor de tweede arbeidsovereenkomst die hem werd aangeboden, terwijl de overgrote meerderheid van de taken die hem in het kader van zijn eerste en zijn tweede arbeidsovereenkomst waren toevertrouwd, administratieve en adviestaken waren.
2.
Tweede middel, ontleend aan schending van artikel 82 RAP.
—
Artikel 82 bepaalt dat een arbeidscontractant wordt ingedeeld in de functiegroep IV indien hij een diploma heeft van een volledige universitaire opleiding van ten minste drie jaar afgesloten met een diploma of een gelijkwaardige beroepsopleiding. Verzoeker voldeed aan deze criteria en zijn salarisrang had dus dienovereenkomstig moeten worden aangepast.
3.
Derde middel, ontleend aan misbruik van rechten als gevolg van het gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.
—
Volgens verzoeker heeft het tot aanstelling bevoegd gezag misbruik van recht gemaakt bij de keuze van de aan hem aangeboden overeenkomsten en met name bij zijn besluit om zijn arbeidsovereenkomst niet te verlengen of hem een vaste overeenkomst aan te bieden.
4.
Vierde middel, ontleend aan misbruik van bevoegdheid als gevolg van het besluit om verzoekers overeenkomst niet te verlengen.
—
De redenen voor de niet-verlenging van verzoekers arbeidsovereenkomst zijn redelijkerwijs niet gerechtvaardigd en vormen misbruik van bevoegdheid, waardoor de vordering tot schadevergoeding gerechtvaardigd is.
5.
Vijfde middel, ontleend aan het verlies van een kans om te worden aangeworven.
—
Verzoeker werd in het ongewisse gelaten over de mogelijkheid van verlenging van zijn overeenkomst. In feite heeft hij nooit een echte beslissing van het tot aanstelling bevoegd gezag gekregen en kon hij zijn vertrek niet organiseren en bijvoorbeeld vragen om een overplaatsing dan wel solliciteren naar een andere post.
Full & Egal Universal Law Academy