27.11.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 402/41
Beroep ingesteld op 4 september 2017 — Balti Gaas / Commissie
(Zaak T-596/17)
(2017/C 402/55)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Balti Gaas OÜ (Tallinn, Estland) (vertegenwoordigers: E. Tamm en L. Naaber-Kivisoo, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de onderhavige zaak voegen met zaak T-236/17;
—
overeenkomstig artikel 265, derde alinea, VWEU voor recht verklaren dat de Commissie de krachtens het Unierecht op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, doordat zij geen met redenen omkleed besluit heeft genomen over verzoeksters subsidieaanvraag, en de Commissie gelasten deze aanvraag grondig te beoordelen teneinde een met redenen omkleed besluit te nemen en dit aan verzoekster te doen toekomen;
—
subsidiair, voor het geval dat het Hof zou oordelen dat het beroep wegens nalaten niet gegrond is, het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 14 maart 2017 betreffende de selectie en subsidiëring van projecten van gemeenschappelijk belang in het kader van de Connecting Europe Facility op het gebied van de trans-Europese energie-infrastructuur [C(2017) 1593 final] nietig verklaren;
—
verweerster verwijzen in haar eigen kosten en in die van verzoekster.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster de volgende middelen aan:
1.
Eerste middel: het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 14 maart 2017 betreffende de selectie en subsidiëring van projecten van gemeenschappelijk belang in het kader van de Connecting Europe Facility op het gebied van de trans-Europese energie-infrastructuur [C(2017) 1593 final] maakt enkel melding van de aanvragers die subsidies ontvangen, maar de Commissie heeft nagelaten een met redenen omkleed besluit te nemen over verzoeksters subsidieaanvraag.
2.
Tweede middel: de Commissie heeft een wezenlijk vormvoorschrift geschonden doordat zij haar besluit niet heeft gemotiveerd.
3.
Derde middel: INEA en de Commissie hebben hun bevoegdheid overschreden. INEA en de Commissie hebben de toekenning van subsidies geweigerd op grond dat de LNG-terminal van Paldiski niet langer noodzakelijk is voor de zekerheid van de voorziening van de Oostzeeregio met aardgas. Volgens verzoekster leidt dit standpunt tot een ingrijpende wijziging van een PGB-lijst [verordening (EU) nr. 347/2013 en verordening (EU) nr. 2016/89). Daartoe dient de Commissie een gedelegeerde verordening vast te stellen en niet een brief te sturen naar verzoekster.
4.
Vierde middel: INEA en de Commissie hebben een wezenlijk vormvoorschrift geschonden doordat zij het bestreden besluit niet hebben gemotiveerd. Zij hebben onvoldoende redenen gegeven waarom verzoekster niet ten minste drie punten heeft gekregen in alle categorieën. De door INEA en de Commissie aangevoerde redenen waren gebaseerd op een onjuist begrip van de feiten.
Full & Egal Universal Law Academy