6.11.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 374/44
Beroep ingesteld op 1 september 2017 — CX/Commissie
(Zaak T-605/17)
(2017/C 374/66)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: CX (vertegenwoordiger: É. Boigelot, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het beroep ontvankelijk en gegrond verklaren, en
—
bijgevolg
—
de „debetnota” van 22 december 2016 (bijlage A.1), met als referentienummer Ares(2016)7145655 („tweede bestreden besluit”), die door de Commissie wordt aangemerkt als een bezwarend besluit, nietig verklaren voor zover daarbij verzoeker wordt gelast de „in 2015 en 2016 betaalde salarissen” terug te betalen;
—
het „voorafgaand schrijven” van 28 oktober 2016 (bijlage A.2), met als referentienummer Ares(2016)6178919 („eerste bestreden besluit”), dat als rechtsgrondslag van het voormelde besluit wordt genoemd, nietig verklaren;
—
voor zover nodig, het besluit van 23 mei 2017 (bijlage A.5), met als referentienummer Ares(2017)2620957, dat dezelfde dag nog ter kennis is gebracht (bijlage A.6) en waarbij het tot aanstelling bevoegde gezag het door verzoeker op 27 januari 2017 ingediende bezwaar tegen de bestreden besluiten, met als referentienummer R/59/17 (bijlage A.4) heeft afgewezen, nietig verklaren;
—
verweerster overeenkomstig artikel 134 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht van de Europese Unie verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voert verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel: er is sprake van een vorm- en procedurefout en het tot aanstelling bevoegde gezag (TABG) heeft de bestreden besluiten op een onjuiste rechtsgrondslag doen steunen, hetgeen de nietigverklaring ervan rechtvaardigt.
2.
Tweede middel: artikel 85 van het Statuut van de ambtenaren, waarop het TABG zich heeft gebaseerd, is in casu kennelijk niet van toepassing. Volgens verzoekende partij moet voor de terugvordering van een onverschuldigd bedrag aan twee cumulatieve voorwaarden zijn voldaan. Ten eerste moet de betaling die de administratie wil terugvorderen, onregelmatig zijn. Ten tweede moet de ambtenaar kennis dragen van deze onregelmatigheid of moet de onregelmatigheid in kwestie zo voor de hand liggen dat de ambtenaar daarvan kennis had moeten dragen, hetgeen in de onderhavige zaak duidelijk niet het geval is.
3.
Derde middel: de vormvoorschriften en procedureregels zijn geschonden doordat een besluit is vastgesteld waarvoor geen enkele rechtsgrondslag bestaat, aangezien in dat besluit a posteriori wordt betoogd dat de handeling waarop het gebaseerd is, niet of niet langer een bezwarend besluit is.