11.12.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 424/42
Beroep ingesteld op 28 september 2017 — Vallina Fonseca / GAR
(Zaak T-659/17)
(2017/C 424/61)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: José Antonio Vallina Fonseca (Madrid, Spanje) (vertegenwoordigers: R. Vallina Hoset en A. Sellés Marco, advocaten)
Verwerende partij: Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR)
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
vast te stellen dat de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad niet-contractueel aansprakelijk is en hem te veroordelen tot vergoeding van de schade die José Antonio Vallina Fonseca heeft geleden door al het handelen en niet-handelen van bedoelde raad als gevolg waarvan hem de eigendom is ontnomen van zijn obligaties en waardepapieren van BANCO POPULAR ESPAÑOL, S.A.;
—
de GAR te veroordelen om de verzoekende partij een schadevergoeding van 50 000 EUR te betalen (hierna: „verschuldigd bedrag”);
—
het verschuldigde bedrag te verhogen met compensatoire rente vanaf 7 juni 2017 tot de uitspraak van het arrest betreffende het onderhavige beroep, en
—
het verschuldigde bedrag te verhogen met vertragingsrente vanaf de datum van uitspraak van dit arrest tot de volledige betaling van het verschuldigde bedrag, tegen de door de ECB voor basisherfinancieringstransacties vastgestelde rentevoet, vermeerderd met twee procentpunten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel: besluit SRB/EES/2017/08 van 7 juni 2017 van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad betreffende een afwikkelingsregeling voor Banco Popular Español S.A. schendt het beginsel nemo auditur turpitudinem propiam allegans, en artikel 88 van verordening nr. 806/2014, voor zover daarbij een voor Banco Popular en haar aandeelhouders nadelige handeling wordt vastgesteld wegens een crisis die voormelde raad zelf heeft veroorzaakt.
2.
Tweede middel: door de vaststelling van het afwikkelingsbesluit heeft de GAR inbreuk gemaakt op de zorgplicht, het beginsel van behoorlijk bestuur van artikel 296 VWEU, het verbod van willekeur en het beginsel nemo auditur turpitudinem suam allegans.
3.
Derde middel: schending van de artikelen 17 en 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, aangezien verzoekende partij haar eigendom is ontnomen zonder dat haar de mogelijkheid is geboden — vooraf of achteraf — te worden gehoord.
4.
Vierde middel: de GAR heeft artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 54 van het Verdrag betreffende de Europese Unie geschonden door verzoekende partij haar eigendom te ontnemen ondanks het bestaan van minder beperkende alternatieve maatregelen.
Full & Egal Universal Law Academy