11.12.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 424/57
Beroep ingesteld op 17 oktober 2017 — WO Technopromexport/Raad
(Zaak T-722/17)
(2017/C 424/82)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: OOO WO Technopromexport (Moskou, Rusland) (vertegenwoordiger: N. Meyer, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
nietigverklaring van het bestreden besluit (GBVB) 2017/1418 (1) van de Raad van 4 augustus 2017;
—
subsidiair, in ieder geval gedeeltelijke nietigverklaring van het bestreden besluit (GBVB) 2017/1418, voor zover verzoekster bij dat besluit onder punt 39 werd toegevoegd aan de lijst van in artikel 1 bedoelde personen en entiteiten;
—
voeging van dit geding en het parallelle geding van Topor-Gilka overeenkomstig artikel 68, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
1.
Eerste middel: verschillende kennelijke beoordelingsfouten
—
Beroep op verordening (EU) nr. 1351/2014 (2) van de Raad
Deze verordening heeft betrekking op een andere groep van personen dan die waartoe verzoekster behoort, en kan daarom geen grond zijn om verzoekster op de litigieuze lijst te plaatsen.
—
Grief inzake contractuele niet-nakoming
De Raad voert als motivering voor de beslissing om verzoekster op de litigieuze lijst te plaatsen onder andere aan dat gasturbines op de Krim werden geleverd waarbij de bepalingen van het oorspronkelijke leveringscontract met Siemens Gas Turbine Technology OOO werden geschonden. De beoordeling of daadwerkelijk sprake is van contractuele niet-nakoming, moet overeenkomstig het Russische recht worden verricht. De partijen bij het leveringscontract hebben de zaak aanhangig gemaakt bij het scheidsgerecht te Moskou. Zolang dat scheidsgerecht de zaak niet heeft afgedaan, vormt de grief inzake contractuele niet-nakoming geen voldoende solide feitelijke grondslag en kan die grief niet dienen ter motivering van besluit (GBVB)2017/1418.
—
Overdracht van gasturbines naar de Krim
Verzoekster wordt verweten gasturbines op de Krim te hebben geleverd. De gepubliceerde persberichten zijn niet volkomen duidelijk en berusten op anonieme bronnen. Het is aan de bevoegde instelling van de Unie om aan te tonen dat de aangevoerde redenen gegrond zijn, en niet aan de betrokken onderneming om het negatieve bewijs te leveren dat deze redenen ongegrond zijn.
—
Schending van het internationaal humanitair recht
Rusland dient volgens het internationaal recht de openbare orde op de Krim te herstellen en te handhaven, wat vandaag de dag ook een gegarandeerde en duurzame energievoorziening omvat. In de motivering van besluit (GBVB) 2017/1418 is met de humanitaire behoefte aan een dergelijke energievoorziening net zomin rekening gehouden als met de regels van het internationaal humanitair recht.
2.
Tweede middel: niet-nakoming van de motiveringsplicht van artikel 296, lid 2, VWEU
Besluit 2017/1418 maakt inbreuk op de motiveringsplicht van artikel 296, lid 2, WVEU. De in punt 39 van de bijlage bij het besluit vervatte motivering is alles bij elkaar genomen vaag en onvoldoende gedetailleerd. Zij geeft niet de concrete redenen weer op grond waarvan de Raad in het kader van zijn beoordeling heeft beslist om de beperkende maatregelen ten aanzien van verzoekster toe te passen, en voldoet daarmee in haar geheel niet aan de vereisten van de in artikel 296, lid 2, VWEU neergelegde motiveringsplicht.
3.
Derde middel: schending van het recht van verdediging en van het recht op doeltreffende rechterlijke bescherming
Door niet te voldoen aan de motiveringsplicht van artikel 296, lid 2, VWEU, heeft de Raad verzoeksters recht van verdediging en recht op doeltreffende rechterlijke bescherming geschonden daar verzoekster, die geen kennis heeft van de wezenlijke redenen om haar op de litigieuze lijst te plaatsen, zich niet optimaal kan verdedigen.
(1) Besluit (GBVB) 2017/1418 van de Raad van 4 augustus 2017 tot wijziging van besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB 2017, L 203I, blz. 5).
(2) Verordening (EU) nr. 1351/2014 van de Raad van 18 december 2014 tot wijziging van verordening (EU) nr. 692/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de illegale inlijving van de Krim en Sebastopol (PB 2014, L 365, blz. 46).
Full & Egal Universal Law Academy