5.2.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 42/32
Beroep ingesteld op 30 november 2017 — Kraftpojkarna/Commissie
(Zaak T-781/17)
(2018/C 042/46)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Kraftpojkarna AB (Västerås, Zweden) (vertegenwoordiger: Y. Melin, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
1.
Ongeldigverklaring van:
—
artikel 3, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China, en
—
artikel 2, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China;
2.
Nietigverklaring van:
—
artikel 2 van uitvoeringsverordening (EU) 2017/1524 van de Commissie van 5 september 2017 tot intrekking van de aanvaarding van de verbintenis voor twee producenten-exporteurs op grond van uitvoeringsbesluit 2013/707/EU tot bevestiging van de aanvaarding van een verbintenis die is aangeboden in het kader van de antidumping- en de antisubsidieprocedure betreffende de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China voor de periode waarin de definitieve maatregelen worden toegepast, voor zover deze op de verzoekende partij van toepassing is; en
3.
Verwijzing van de Commissie en van elke partij die in de loop van de procedure wordt toegelaten tot interventie aan de zijde van de Commissie in de kosten van deze procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij één middel aan.
De Commissie heeft artikel 8, leden 1, 9 en 10 en artikel 10, lid 5, van verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en artikel 13, leden 1, 9 en 10, en artikel 16, lid 5, van verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (2), geschonden door verbintenisfacturen ongeldig te verklaren en de douane te gelasten douanerechten te innen, alsof er geen geldige verbintenisfacturen waren opgesteld en aan de douane waren meegedeeld op het moment dat de goederen werden aangegeven om in het vrije verkeer te worden gebracht.
Dit middel is gebaseerd op de onwettigheid van artikel 3, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1238/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (3), en artikel 2, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1239/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van fotovoltaïsche modules van kristallijn silicium en de belangrijkste componenten daarvan (cellen), van oorsprong uit of verzonden uit de Volksrepubliek China (4), waarbij aan de Commissie de bevoegdheid is verleend om verbintenisfacturen ongeldig te verklaren.
(1) PB 2013, L 176, blz. 21.
(2) PB 2016, L 176, blz. 55.
(3) PB 2013, L 325, blz. 1.
(4) PB 2013, L 325, blz. 66.