12.2.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 52/35
Beroep ingesteld op 5 december 2017 — Bruel / Commissie en EDEO
(Zaak T-793/17)
(2018/C 052/47)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Damien Bruel (Parijs, Frankrijk) (vertegenwoordiger: H. Hansen, advocaat)
Verwerende partijen: Europese Commissie en Europese Dienst voor extern optreden
Conclusies
—
onderhavig verzoek ontvankelijk en gegrond verklaren;
en bijgevolg:
—
het niet-gedateerde en op 25 september 2017 elektronisch ondertekende besluit, met als opschrift „Verzoek om vervanging van de hoofddeskundige nr. 2 in, Financieel en contractueel projectbeheer’”, nietig verklaren;
—
voor recht verklaren dat verzoeker volledig moet worden vergoed voor de materiële en immateriële schade die hij heeft geleden ten gevolge van de gekwalificeerde schending van het recht op behoorlijk bestuur door de vaststelling van het niet-gedateerde en op 25 september 2017 elektronisch ondertekende besluit, met als opschrift „Verzoek om vervanging van de hoofddeskundige nr. 2 in, Financieel en contractueel projectbeheer’”;
—
verweersters hoofdelijk, in solidum of elk voor het geheel veroordelen tot betaling aan verzoeker van een bedrag van 152 250,00 EUR voor materiële schade en een bedrag van 25 000,00 EUR voor immateriële schade;
in elk geval:
—
verweersters verwijzen in alle kosten;
—
verzoeker voorbehoud verlenen van alle overige rechten, aanspraken, middelen en rechtsvorderingen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker één middel aan dat is ontleend aan schending van wezenlijke vormvoorschriften. Dit middel bestaat uit drie onderdelen.
1.
Eerste onderdeel: schending van het recht om te worden gehoord, doordat verzoeker niet in staat is geweest om vóór de vaststelling van het bestreden besluit zijn standpunt over de tegen hem gerichte verwijten uiteen te zetten.
2.
Tweede onderdeel: schending van het recht op toegang tot het dossier, doordat verzoeker ondanks daartoe strekkende verzoeken geen toegang tot het dossier heeft gekregen.
3.
Derde onderdeel: niet-nakoming van de motiveringsplicht, doordat de motivering van het bestreden besluit verzoeker niet in staat stelt te begrijpen wat hem wordt verweten.