9.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 305/12
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 10 juli 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hessische Finanzgericht — Duitsland) — Federal Express Corporation Deutsche Niederlassung/Hauptzollamt Frankfurt am Main
(Zaak C-26/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Douane-unie - Verordening (EEG) nr. 2913/92 - Artikelen 202 en 203 - Douanerechten bij invoer - Ontstaan van een douaneschuld als gevolg van een douanerechtelijk onrechtmatige handelwijze - Belastingen - Belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 2, lid 1, onder d), en artikel 30 - Btw bij invoer - Belastbaar feit - Begrip, invoer’ van een goed - Eis dat het goed in het economische circuit van de Europese Unie terechtkomt - Vervoer van dit goed naar een andere lidstaat dan die waar de douaneschuld is ontstaan)
(2019/C 305/14)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Hessisches Finanzgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Federal Express Corporation Deutsche Niederlassung
Verwerende partij: Hauptzollamt Frankfurt am Main
Dictum
Artikel 2, lid 1, onder d), en artikel 30 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moeten aldus worden uitgelegd dat het bij het binnenbrengen van een goed in de Europese Unie niet voldoende is dat er ten aanzien van dit goed in een bepaalde lidstaat sprake was van een douanerechtelijk onrechtmatige handelwijze, waardoor in deze lidstaat een douaneschuld bij invoer is ontstaan, om ervan uit te gaan dat dit goed in deze lidstaat in het economische circuit van de Unie is terechtgekomen wanneer vaststaat dat dit goed is vervoerd naar een andere lidstaat, die de eindbestemming ervan is en waar het is verbruikt. De belasting over de toegevoegde waarde bij invoer van dit goed is dan alleen in deze andere lidstaat verschuldigd.
(1) PB C 152 van 30.4.2018.