25.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/7
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 18 september 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof - Oostenrijk) – Tiroler Gebietskrankenkasse/Michael Moser
(Zaak C-32/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Sociale zekerheid - Migrerende werknemers - Verordening (EG) nr. 987/2009 - Artikel 60 - Gezinsbijslagen - Recht op betaling van het verschil tussen de in de bij voorrang bevoegde lidstaat ontvangen ouderschapsuitkering en de kinderverzorgingsuitkering van de subsidiair bevoegde lidstaat)
(2019/C 399/07)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Tiroler Gebietskrankenkasse
Verwerende partij: Michael Moser
Dictum
1)
Artikel 60, lid 1, tweede volzin, van verordening nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels moet aldus worden uitgelegd dat de in deze bepaling opgelegde verplichting om bij de vaststelling van de omvang van het recht van een persoon op gezinsuitkeringen rekening te houden met „[…] het gehele gezin alsof alle betrokkenen onderworpen zijn aan de wetgeving van de betrokken lidstaat”, zowel van toepassing is in het geval waarin de uitkeringen worden toegekend overeenkomstig de wetgeving die als prioritair is aangemerkt volgens artikel 68, lid 1, onder b), i), van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, als in het geval waarin de uitkeringen verschuldigd zijn op grond van een of meer andere wetgevingen.
2)
Artikel 68 van verordening nr. 883/2004 moet aldus worden uitgelegd dat de hoogte van de aanvullende toeslag die aan een werknemer moet worden toegekend overeenkomstig de wetgeving van een volgens dit artikel subsidiair bevoegde lidstaat, moet worden berekend op basis van het inkomen dat die werknemer in zijn staat van arbeid daadwerkelijk heeft ontvangen.
(1) PB C 152 van 30.4.2018.
Full & Egal Universal Law Academy