25.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/8
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 19 september 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Ítélőtábla - Hongarije) – Ottília Lovasné Tóth/ERSTE Bank Hungary Zrt.
(Zaak C-34/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Bescherming van de consument - Richtlijn 93/13/EEG - Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Artikel 3, leden 1 en 3 - Bijlage bij richtlijn 93/13/EEG - Punt 1, onder m) en q) - Hypothecaire lening - Notariële akte - Aanbrengen van de formule van tenuitvoerlegging door een notaris - Omkering van de bewijslast - Artikel 5, lid 1 - Duidelijke en begrijpelijke bewoordingen)
(2019/C 399/08)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Fővárosi Ítélőtábla
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ottília Lovasné Tóth
Verwerende partij: ERSTE Bank Hungary Zrt.
Dictum
1)
Artikel 3, lid 3, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, gelezen in samenhang met punt 1, onder q), van de bijlage bij deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat volgens deze bepaling een contractueel beding waarover niet afzonderlijk is onderhandeld en dat tot doel of tot gevolg heeft dat de bewijslast wordt omgekeerd ten nadele van de consument, niet in algemene zin en zonder verder onderzoek als oneerlijk wordt aangemerkt.
2)
Artikel 3, lid 3, van richtlijn 93/13, gelezen in samenhang met punt 1, onder q), van de bijlage bij deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling niet ziet op een beding dat tot doel of tot gevolg heeft dat de consument gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij al zijn contractuele verplichtingen moet nakomen, ook als hij van mening is dat bepaalde prestaties niet verschuldigd zijn, voor zover dat beding – gelet op de toepasselijke nationale regelgeving – geen afbreuk doet aan de rechtspositie van de consument, maar wel ziet op een beding dat tot doel of tot gevolg heeft dat het indienen van een beroep of het instellen van een rechtsvordering door de consument wordt belemmerd wanneer het resterende verschuldigde bedrag is vastgelegd bij een bewijskrachtige notariële akte, op grond waarvan de crediteur het geschil eenzijdig en definitief kan beëindigen.
3)
Artikel 5 van richtlijn 93/13 moet aldus worden uitgelegd dat daarbij van de verkoper niet wordt verlangd dat hij aanvullende inlichtingen verstrekt betreffende een beding dat duidelijk is geformuleerd, maar rechtsgevolgen heeft die alleen kunnen worden vastgesteld door middel van uitlegging van nationale regels ten aanzien waarvan geen uniforme rechtspraak bestaat.
4)
Artikel 3, lid 3, van richtlijn 93/13, gelezen in samenhang met punt 1, onder m), van de bijlage bij deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat het niet ziet op een contractueel beding dat de verkoper toestaat eenzijdig te beoordelen of de prestatie van de consument strookt met hetgeen is vastgelegd in de overeenkomst.
(1) PB C 240 van 9.7.2018.
Full & Egal Universal Law Academy