5.8.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 263/12
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 6 juni 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de justice de paix du canton de Visé — België) — Michel Schyns/Belfius Bank NV
(Zaak C-58/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Bescherming van de consument - Richtlijn 2008/48/EG - Precontractuele verplichtingen - Artikel 5, lid 6 - Verplichting voor de kredietgever om het best aangepaste krediet te zoeken - Artikel 8, lid 1 - Verplichting voor de kredietgever om geen kredietovereenkomst te sluiten in geval van twijfel over de kredietwaardigheid van de consument - Verplichting voor de kredietgever om te beoordelen of het krediet wenselijk is)
(2019/C 263/14)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Justice de paix du canton de Visé
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Michel Schyns
Verwerende partij: Belfius Bank NV
Dictum
1)
Artikel 5, lid 6, van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, op grond waarvan kredietgevers of kredietbemiddelaars verplicht zijn om voor de kredietovereenkomsten die zij gewoonlijk aanbieden, het krediet te zoeken dat qua soort en bedrag het best is aangepast, rekening houdend met de financiële toestand van de consument op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst en met het doel van het krediet.
2)
Artikel 5, lid 6, en artikel 8, lid 1, van richtlijn 2008/48 moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, op grond waarvan de kredietgever verplicht is om van het sluiten van de kredietovereenkomst af te zien wanneer hij na de controle van de kredietwaardigheid van de consument niet redelijkerwijs kan aannemen dat de consument in staat zal zijn te voldoen aan de verplichtingen die uit de voorgenomen overeenkomst voortvloeien.
(1) PB C 166 van 14.5.2018.