3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/24
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 28 maart 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Tallinna Ringkonnakohus — Estland) — AS Tallinna Vesi/Keskkonnaamet
(Zaak C-60/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Milieu - Afvalstoffen - Richtlijn 2008/98/EG - Hergebruik en nuttige toepassing van afvalstoffen - Specifieke criteria voor de einde-afvalfase van zuiveringsslib dat een behandeling voor nuttige toepassing heeft ondergaan - Geen Unierechtelijk of nationaalrechtelijk neergelegde criteria)
(2019/C 187/27)
Procestaal: Ests
Verwijzende rechter
Tallinna Ringkonnakohus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: AS Tallinna Vesi
Verwerende partij: Keskkonnaamet
In tegenwoordigheid van: Keskkonnaministeerium
Dictum
Artikel 6, lid 4, van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen moet aldus worden uitgelegd dat:
—
het niet in de weg staat aan een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, op grond waarvan bij ontstentenis van Unierechtelijk neergelegde criteria voor de vaststelling van de einde-afvalfase van een specifieke afvalsoort de einde-afvalfase afhankelijk is van de vraag of bij een nationale handeling van algemene strekking criteria voor die afvalsoort zijn vastgesteld, en
—
de houder van afvalstoffen daaraan in omstandigheden als die van het hoofdgeding niet het recht ontleent om de bevoegde autoriteit of een rechterlijke instantie van de lidstaat te verzoeken om de einde-afvalfase vast te stellen.
(1) PB C 142 van 23.4.2018.