11.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/17
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 12 september 2019 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesverwaltungsgericht Steiermark - Oostenrijk) – Zoran Maksimovic (C-64/18), Humbert Jörg Köfler (C-140/18, C-146/18 en C-148/18), Wolfgang Leitner (C-140/18 en C-148/18), Joachim Schönbeck (C-140/18 en C-148/18), Wolfgang Semper (C-140/18 en C-148/18)/Bezirkshauptmannschaft Murtal
(Gevoegde zaken C-64/18, C-140/18, C-146/18 en C-148/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 56 VWEU - Vrij verrichten van diensten - Terbeschikkingstelling van werknemers - Bewaring en vertaling van de loonadministratie - Werkvergunning - Sancties - Evenredigheid - Boetes waarvan het minimumbedrag vooraf is bepaald - Cumulatie - Geen maximum - Gerechtskosten - Vervangende hechtenis)
(2019/C 383/16)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landesverwaltungsgericht Steiermark
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Zoran Maksimovic (C-64/18), Humbert Jörg Köfler (C-140/18, C-146/18 en C-148/18), Wolfgang Leitner (C-140/18 en C-148/18), Joachim Schönbeck (C-140/18 en C-148/18), Wolfgang Semper (C-140/18 en C-148/18)
Verwerende partij: Bezirkshauptmannschaft Murtal
in tegenwoordigheid van: Finanzpolizei
Dictum
Artikel 56 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die bij niet-nakoming van arbeidsrechtelijke verplichtingen inzake de verkrijging van vergunningen en de bewaring van loonbescheiden voorziet in het opleggen van boetes:
—
die niet lager mogen zijn dan een vooraf bepaald minimumbedrag;
—
die cumulatief per betrokken werknemer en zonder maximum worden opgelegd;
—
met daarbovenop een bijdrage in de proceskosten van 20 % van de opgelegde boetes indien het beroep tegen het besluit houdende oplegging van de boetes wordt verworpen, en
—
die bij niet-betaling ervan worden omgezet in vervangende hechtenis.
(1) PB C 259 van 23.7.2018.