1.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 220/5
Arrest van het Hof (Negende kamer) van 2 mei 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven — Nederland) — T. Boer & Zonen BV/Staatssecretaris van Economische Zaken
(Zaak C-98/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Bescherming van de gezondheid - Hygiënepakket - Verordening (EG) nr. 853/2004 - Hygiëne op het gebied van levensmiddelen van dierlijke oorsprong - Verplichtingen van de exploitanten van levensmiddelenbedrijven - Specifieke voorschriften - Vlees van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren - Opslag en vervoer - Voorwaarden inzake de temperatuur van het vlees)
(2019/C 220/07)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: T. Boer & Zonen BV
Verwerende partij: Staatssecretaris van Economische Zaken
Dictum
Het bepaalde in bijlage III, sectie I, hoofdstuk VII, aanhef en punten 1 en 3, bij verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong moet aldus worden uitgelegd dat na het slachten het vlees in het slachthuis zelf moet worden gekoeld tot overal in het vlees een temperatuur van ten hoogste 7 oC is bereikt, en dan pas naar een koelwagen mag worden verladen.
(1) PB C 152 van 30.4.2018.