11.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/21
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 11 september 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Bonn - Duitsland) – Antonio Romano, Lidia Romano/DSL Bank – eine Niederlassung der DB Privat- und Firmenkundenbank AG, voorheen DSL Bank – ein Geschäftsbereich der Deutsche Postbank AG
(Zaak C-143/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Consumentenbescherming - Richtlijn 2002/65/EG - Consumentenkredietovereenkomst op afstand - Herroepingsrecht - Uitoefening van het herroepingsrecht nadat de overeenkomst op uitdrukkelijk verzoek van de consument volledig is uitgevoerd - Mededeling aan de consument van de informatie over het herroepingsrecht)
(2019/C 383/21)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Landgericht Bonn
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Antonio Romano, Lidia Romano
Verwerende partij: DSL Bank – eine Niederlassung der DB Privat- und Firmenkundenbank AG, voorheen DSL Bank – ein Geschäftsbereich der Deutsche Postbank AG
Dictum
1)
Artikel 6, lid 2, onder c), van richtlijn 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen 90/619/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG van de Raad, gelezen in samenhang met artikel 1, lid 1, ervan en tegen de achtergrond van overweging 13 van deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan nationale regelgeving, zoals uitgelegd in de nationale rechtspraak, die met betrekking tot een tussen een handelaar en een consument op afstand gesloten overeenkomst voor een financiële dienst het herroepingsrecht van deze consument niet uitsluit wanneer die overeenkomst op uitdrukkelijk verzoek van de consument door beide partijen volledig is uitgevoerd voordat de consument van zijn herroepingsrecht gebruikmaakt. Het staat aan de verwijzende rechter om het gehele nationale recht in acht te nemen en de daarin erkende uitleggingsmethoden toe te passen om tot een oplossing te komen die in overeenstemming is met die bepaling, door in voorkomend geval vaste nationale rechtspraak te wijzigen wanneer deze berust op een met die bepaling onverenigbare uitlegging van het nationale recht.
2)
Artikel 5, lid 1, van richtlijn 2002/65, gelezen in samenhang met artikel 3, lid 1, punt 3, onder a), en met artikel 6, lid 2, onder c), van deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat de verplichting voor een handelaar die een overeenkomst op afstand met een consument sluit voor een financiële dienst, om op duidelijke en begrijpelijke wijze de informatie betreffende het bestaan van het herroepingsrecht mee te delen aan een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument overeenkomstig de vereisten van het Unierecht voordat deze consument is gebonden door een overeenkomst op afstand of een aanbod, niet wordt miskend wanneer deze handelaar die consument de informatie verstrekt dat het herroepingsrecht niet van toepassing is op een overeenkomst die op uitdrukkelijk verzoek van de consument door beide partijen volledig is uitgevoerd voordat de consument van zijn herroepingsrecht gebruikmaakt, zelfs indien deze informatie niet overeenstemt met de nationale regelgeving, zoals uitgelegd in de nationale rechtspraak, die bepaalt dat het herroepingsrecht in een dergelijk geval van toepassing is.
(1) PB C 182 van 28.5.2018