8.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 230/13
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 8 mei 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León — Spanje) — Violeta Villar Láiz/Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS), Tesorería General de la Seguridad Social (TGSS)
(Zaak C-161/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid - Richtlijn 79/7/EEG - Artikel 4 - Verbod van iedere discriminatie op grond van geslacht - Indirecte discriminatie - Deeltijdarbeid - Berekening van het ouderdomspensioen)
(2019/C 230/15)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Superior de Justicia de Castilla y León
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Violeta Villar Láiz
Verwerende partijen: Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS), Tesorería General de la Seguridad Social (TGSS)
Dictum
Artikel 4, lid 1, van richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een regeling van een lidstaat, zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde regeling, volgens welke het bedrag van het premiegebonden ouderdomspensioen van een deeltijdwerker wordt berekend door een basisbedrag, dat wordt vastgesteld op basis van de werkelijk ontvangen beloning en de werkelijk betaalde premies, te vermenigvuldigen met een percentage dat afhangt van de duur van de periode van premiebetaling, waarbij op deze periode een verlagingscoëfficiënt wordt toegepast die gelijk is aan de verhouding tussen de werkelijk verrichte deeltijdse arbeidstijd en de door een vergelijkbare voltijdse werknemer verrichte arbeidstijd, verhoogd met toepassing van een coëfficiënt 1,5, aangezien deze regeling vrouwelijke werknemers in vergelijking met mannelijke werknemers bijzonder benadeelt.
(1) PB C 190 van 4.6.2018.