3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/27
Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 27 maart 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de cour d’appel de Mons — België) — Mydibel NV/Belgische Staat
(Zaak C-201/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Harmonisatie van de belastingwetgeving - Aftrek van de voorbelasting - Onroerend investeringsgoed - „Sale-and-leaseback” - Herziening van de btw-aftrek - Beginsel van btw-neutraliteit - Beginsel van gelijke behandeling)
(2019/C 187/31)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour d’appel de Mons
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Mydibel NV
Verwerende partij: Belgische Staat
Dictum
1)
Onder voorbehoud van verificatie door de verwijzende rechterlijke instantie moeten de artikelen 184, 185, 187 en 188 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/162/EU van de Raad van 22 december 2009, aldus worden uitgelegd dat deze artikelen er niet toe verplichten de voor een gebouw verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde (btw) die oorspronkelijk correct was afgetrokken, te herzien wanneer dit gebouw in omstandigheden zoals die in het hoofdgeding het voorwerp is geweest van een niet aan btw onderworpen „sale-and-leaseback”-transactie.
2)
Een uitlegging van de artikelen 184, 185, 187 en 188 van richtlijn 2006/112, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/162, volgens welke deze artikelen ertoe verplichten de in omstandigheden zoals die in het hoofdgeding oorspronkelijk correct afgetrokken belasting over de toegevoegde waarde (btw) te herzien, is in overeenstemming met de beginselen van btw-neutraliteit en gelijke behandeling.
(1) PB C 182 van 28.5.2018.