15.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/19
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 26 februari 2019 — Ilmārs Rimšēvičs (C-202/18), Europese Centrale Bank (ECB) (C-238/18)/Republiek Letland
(Gevoegde zaken C-202/18 en C-238/18) (1)
(Europees Stelsel van Centrale Banken - Beroep wegens schending van artikel 14.2, tweede alinea, van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank - Besluit van een nationale autoriteit om de president van de nationale centrale bank tijdelijk van zijn ambt te ontheffen)
(2019/C 139/18)
Procestaal: Lets
Partijen
Verzoekende partijen: Ilmārs Rimšēvičs (vertegenwoordigers: S. Vārpiņš, M. Kvēps en I. Pazare, advokāti) (C-202/18), Europese Centrale Bank (ECB) (vertegenwoordigers: C. Zilioli, K. Kaiser en C. Kroppenstedt, gemachtigden, bijgestaan door D. Sarmiento Ramírez-Escudero, abogado, en V. Čuske-Jurjeva, advokāte) (C-238/18)
Verwerende partij: Republiek Letland (vertegenwoordigers: I. Kucina en J. Davidoviča, gemachtigden)
Dictum
1)
De zaken C-202/18 en C-238/18 worden gevoegd voor het arrest.
2)
Het besluit van de Korupcijas novēršanas un apkarošanas birojs (bureau voor corruptiepreventie en -bestrijding, Letland) van 19 februari 2018 wordt nietig verklaard voor zover het Ilmārs Rimšēvičs verbiedt zijn ambt van president van de centrale bank van Letland uit te oefenen.
3)
De Republiek Letland wordt verwezen in haar eigen kosten alsmede in die van de Europese Centrale Bank (ECB).
(1) PB C 161 van 7.5.2018.