17.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 206/13
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 10 april 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Rejonowy w Sopocie Wydział I Cywilny — Polen) — procedure ingeleid door H. W.
(Zaak C-214/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 2006/112/EG - Belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Gerechtsdeurwaarder - Gedwongen tenuitvoerlegging - Wettelijke tenuitvoerleggingsvergoedingen - Bestuurlijke praktijk van de bevoegde nationale instanties op grond waarvan het bedrag van deze tenuitvoerleggingsvergoedingen wordt geacht de btw te omvatten - Beginselen van neutraliteit en evenredigheid)
(2019/C 206/15)
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Rejonowy w Sopocie
Partij in het hoofdgeding
H. W.
In tegenwoordigheid van: PSM „K”, Aleksandra Treder, optredend in haar hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder bij de Sąd Rejonowy w Sopocie
Dictum
De bepalingen van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn 2013/43/EU van de Raad van 22 juli 2013, en de beginselen van neutraliteit van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) en evenredigheid moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een bestuurlijke praktijk van de bevoegde nationale instanties zoals die in het hoofdgeding, op grond waarvan de btw met betrekking tot de diensten die een gerechtsdeurwaarder in het kader van een gedwongen tenuitvoerleggingsprocedure heeft verricht, wordt geacht te zijn opgenomen in de door hem geïnde vergoedingen.
(1) PB C 259 van 23.7.2018.