1.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 220/8
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 2 mei 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Naczelny Sąd Administracyjny — Polen) — Grupo Lotos S.A./Minister Finansów
(Zaak C-225/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Fiscale bepalingen - Belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Aftrek van de voorbelasting - Zesde richtlijn 77/388/EEG - Artikel 17, leden 2 en 6 - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 168 en 176 - Uitsluiting van het recht op aftrek - Afname van accommodatie- en cateringdiensten - Standstillclausule - Toetreding tot de Europese Unie)
(2019/C 220/10)
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Naczelny Sąd Administracyjny
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Grupa Lotos S.A.
Verwerende partij: Minister Finansów
Dictum
Artikel 168, aanhef en onder a), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde moet aldus worden uitgelegd dat:
—
het zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling, zoals in het hoofdgeding aan de orde, waarbij de werkingssfeer van een uitsluiting van het recht op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde (btw), na de toetreding van de betrokken lidstaat tot de Europese Unie, wordt uitgebreid en die impliceert dat een belastingplichtige verrichter van toeristische diensten met ingang van de inwerkingtreding van deze uitbreiding het recht wordt ontzegd op aftrek van de btw over accommodatie- en cateringdiensten die deze belastingplichtige in het kader van de verrichting van toeristische diensten aan andere belastingplichtigen doorfactureert, en
—
het zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling, zoals in het hoofdgeding aan de orde, die de uitsluiting inhoudt van het recht op aftrek van de btw over accommodatie- en cateringdiensten, die was ingevoerd vóór de toetreding van die lidstaat tot de Unie en nadien overeenkomstig artikel 176, tweede alinea, van richtlijn 2006/112 was gehandhaafd, en die impliceert dat een belastingplichtige die geen toeristische diensten verricht, het recht wordt ontzegd op aftrek van de btw over dergelijke accommodatie- en cateringdiensten die hij doorfactureert aan andere belastingplichtigen.
(1) PB C 231 van 2.7.2018.