5.8.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 263/16
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 6 juni 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Grondwettelijk Hof — België) — P. M., N. G.d.M., P. V.d.S./Ministerraad
(Zaak C-264/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten - Richtlijn 2014/24/EU - Artikel 10, onder c) en onder d), i), ii) en v) - Geldigheid - Werkingssfeer - Uitsluiting van arbitrage- en bemiddelingsdiensten en bepaalde rechtskundige diensten - Beginsel van gelijke behandeling en subsidiariteitsbeginsel - Artikelen 49 en 56 VWEU)
(2019/C 263/19)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Grondwettelijk Hof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: P. M., N. G.d.M., P. V.d.S.
Verwerende partij: Ministerraad
Dictum
Bij het onderzoek van de prejudiciële vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 10, onder c) en onder d), i), ii) en v), van richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van richtlijn 2004/18/EG kunnen aantasten in het licht van het beginsel van gelijke behandeling, het subsidiariteitsbeginsel en de artikelen 49 en 56 VWEU.
(1) PB C 276 van 6.8.2018.
Full & Egal Universal Law Academy