9.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 305/20
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 10 juli 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākā tiesa — Letland) — SIA „Kuršu zeme”/Valsts ieņēmumu dienests
(Zaak C-273/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Recht op aftrek van voorbelasting - Artikel 168 - Keten van goederenleveringen - Weigering van het recht op aftrek wegens het bestaan van die keten - Verplichting van de bevoegde belastingautoriteit om aan te tonen dat sprake is van misbruik)
(2019/C 305/24)
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākā tiesa
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: SIA „Kuršu zeme”
Verwerende partij: Valsts ieņēmumu dienests
Dictum
Artikel 168, onder a), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn 2010/45/EU van de Raad van 13 juli 2010, moet aldus worden uitgelegd dat, teneinde het recht op aftrek van voorbelasting te weigeren, de omstandigheid dat een goederenverwerving heeft plaatsgevonden na een keten van opeenvolgende verkooptransacties tussen meerdere personen, en dat de belastingplichtige in het bezit is gekomen van de betrokken goederen in het entrepot van een persoon die deel uitmaakt van die keten maar niet degene is die op de factuur als leverancier wordt vermeld, niet zonder meer volstaat om vast te stellen dat sprake is van misbruik door de belastingplichtige of de andere personen die deel uitmaken van voornoemde keten, omdat de bevoegde belastingautoriteit dient aan te tonen dat deze belastingplichtige of deze andere personen een ongerechtvaardigd belastingvoordeel hebben genoten.
(1) PB C 259 van 23.7.2018.