3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/29
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 28 maart 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Nejvyšší správní soud — Tsjechië) — Milan Vinš/Odvolací finanční ředitelství
(Zaak C-275/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 131 en artikel 146, lid 1, onder a) - Vrijstelling voor leveringen van goederen die zijn verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Europese Unie - Vrijstellingsvoorwaarde waarin het nationale recht voorziet - Plaatsing van goederen onder een bepaalde douaneregeling - Bewijs van plaatsing onder de regeling uitvoer)
(2019/C 187/33)
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Nejvyšší správní soud
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Milan Vinš
Verwerende partij: Odvolací finanční ředitelství
Dictum
Artikel 146, lid 1, onder a), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, gelezen in samenhang met artikel 131 ervan, moet aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een nationale wettelijke bepaling de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een plaats buiten de Europese Unie afhankelijk stelt van de voorwaarde dat deze goederen onder de douaneregeling uitvoer zijn geplaatst, wanneer is aangetoond dat is voldaan aan de materiële voorwaarden voor de vrijstelling, met name aan de voorwaarde dat de betrokken goederen het grondgebied van de Unie daadwerkelijk hebben verlaten.
(1) PB C 221 van 25.6.2018.