8.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 230/17
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 8 mei 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Tribunale amministrativo regionale per il Lazio — Italië) — Verdi Ambiente e Società (VAS) — Aps Onlus, Movimento Legge Rifiuti Zero per l’Economia Circolare Aps/Presidenza del Consiglio dei Ministri e.a.
(Zaak C-305/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Milieu - Richtlijn 2008/98/EG - Verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen - Opzetten van een geïntegreerd stelsel voor afvalstoffenbeheer waardoor de nationale zelfvoorziening wordt gewaarborgd - Bouw van verbrandingsinstallaties of verhoging van de capaciteit van bestaande installaties - Kwalificatie van verbrandingsinstallaties als „infrastructuur en strategische inrichtingen van prominent nationaal belang” - Eerbiediging van het beginsel van de „afvalhiërarchie” - Richtlijn 2001/42/EG - Noodzaak van het uitvoeren van een „milieubeoordeling”)
(2019/C 230/20)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale amministrativo regionale per il Lazio
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Verdi Ambiente e Società (VAS) — Aps Onlus, Movimento Legge Rifiuti Zero per l’Economia Circolare Aps
Verwerende partijen: Presidenza del Consiglio dei Ministri, Ministero dell’Ambiente e della Tutela del Territorio e del Mare, Regione Lazio, Regione Toscana, Regione Lombardia
In tegenwoordigheid van: Associazione Mamme per la Salute e l’Ambiente Onlus, Comitato Donne 29 Agosto
Dictum
1)
Het beginsel van de „afvalhiërarchie”, zoals verwoord in artikel 4 van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen en gelezen in het licht van artikel 13 van deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarin afvalverbrandingsinstallaties worden aangemerkt als „infrastructuur en strategische inrichtingen van prominent nationaal belang”, mits die regeling verenigbaar is met andere bepalingen van die richtlijn, waarbij specifiekere verplichtingen worden opgelegd.
2)
Artikel 2, onder a), artikel 3, lid 1, en artikel 3, lid 2, onder a), van richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s moeten aldus worden uitgelegd dat een uit een basisregeling en een uitvoeringsregeling bestaande nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarbij wordt besloten tot een verhoging van de capaciteit van de bestaande afvalverbrandingsinstallaties en waarbij wordt voorzien in de bouw van nieuwe installaties van die aard, onder het begrip „plannen en programma’s” in de zin van die richtlijn valt indien zij aanzienlijke milieueffecten kan hebben en bijgevolg aan een voorafgaande milieubeoordeling moet worden onderworpen.
(1) PB C 268 van 30.7.2018.