17.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 206/17
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 11 april 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Mercantil no 1 de Gerona — Spanje) — ZX/Ryanair DAC
(Zaak C-464/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Verordening (EU) nr. 1215/2012 - Vaststelling van het gerecht dat bevoegd is om van een verzoek om compensatie voor een vertraagde vlucht kennis te nemen - Artikel 7, punt 5 - Exploitatie van een filiaal - Artikel 26 - Stilzwijgende aanwijzing - Noodzaak dat de verweerder verschijnt)
(2019/C 206/21)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Mercantil no 1 de Gerona
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: ZX
Verwerende partij: Ryanair DAC
Dictum
1)
Artikel 7, punt 5, van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat een gerecht van een lidstaat niet bevoegd is om kennis te nemen van een beroep tot schadevergoeding krachtens artikel 7 van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 tegen een in een andere lidstaat gevestigde luchtvaartmaatschappij, op grond dat deze maatschappij een filiaal heeft in het rechtsgebied van de aangezochte rechter, zonder dat dit filiaal partij is in de rechtsverhouding tussen de maatschappij en de betrokken passagier.
2)
Artikel 26, lid 1, van verordening nr. 1215/2012 moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op een geval zoals in het hoofdgeding, waarin de verweerder geen opmerkingen heeft ingediend of niet is verschenen.
(1) PB C 392 van 29.10.2018.