11.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/32
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 4 september 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Baden-Württemberg - Duitsland) – GP/Bundesagentur für Arbeit, Familienkasse Baden-Württemberg West
(Zaak C-473/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Sociale zekerheid - Migrerende werknemers - Regels van de Europese Unie inzake valuta-omrekening - Verordening (EG) nr. 987/2009 - Besluit nr. H3 van de administratieve commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels - Berekening van de aanvullende toeslag die is verschuldigd aan een werknemer die in een lidstaat woont en in Zwitserland werkt - Bepaling van de referentiedatum voor de wisselkoers)
(2019/C 383/35)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Baden-Württemberg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: GP
Verwerende partij: Bundesagentur für Arbeit, Familienkasse Baden-Württemberg West
Dictum
1)
Bij de valuta-omrekening van kinderbijslag om het eventuele bedrag van een aanvullende toeslag uit hoofde van artikel 68, lid 2, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 988/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009, vast te stellen, is het feit dat die kinderbijslag door een Zwitsers orgaan is uitbetaald in Zwitserse frank, niet van invloed op de toepassing en de uitlegging van artikel 90 van verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EG) nr. 883/2004 alsmede van besluit nr. H3 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 15 oktober 2009 betreffende de in aanmerking te nemen datum voor het bepalen van de omrekeningskoersen als bedoeld in artikel 90 van verordening nr. 987/2009.
2)
Besluit nr. H3 van 15 oktober 2009 moet aldus worden uitgelegd dat punt 2 daarvan van toepassing is bij de omrekening van de valuta waarin kinderbijslagen zijn uitgedrukt, om het eventuele bedrag van een aanvullende toeslag uit hoofde van artikel 68, lid 2, van verordening nr. 883/2004, zoals gewijzigd bij verordening nr. 988/2009, vast te stellen.
3)
Punt 2 van besluit nr. H3 van 15 oktober 2009 moet aldus worden uitgelegd dat in een situatie als die aan de orde in het hoofdgeding het begrip „dag waarop het orgaan de desbetreffende verrichting uitvoert” in de zin van deze bepaling, betrekking heeft op de dag waarop het bevoegde orgaan van de werkstaat de betrokken gezinsuitkering betaalt.
(1) PB C 427 van 26.11.2018.