8.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 230/18
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 mei 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation — Frankrijk) — RE/Praxair MRC SAS
(Zaak C-486/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Richtlijn 96/34/EG - Raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof - Clausule 2, punt 6 - Voor onbepaalde tijd voltijds in dienst genomen werknemer die deeltijds ouderschapsverlof opneemt - Ontslag - Ontslagvergoeding en re-integratieverlofuitkering - Berekeningsmethoden - Artikel 157 VWEU - Gelijke beloning van vrouwelijke en mannelijke werknemers - Deeltijds ouderschapsverlof, voornamelijk opgenomen door vrouwelijke werknemers - Indirecte discriminatie - Objectief gerechtvaardigde factoren die niets van doen hebben met discriminatie op grond van geslacht - Geen)
(2019/C 230/21)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour de cassation
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: RE
Verwerende partij: Praxair MRC SAS
Dictum
1)
Clausule 2, punt 6, van de raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof, gesloten op 14 december 1995 en opgenomen als bijlage bij richtlijn 96/34/EG van de Raad van 3 juni 1996 betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/75/EG van de Raad van 15 december 1997, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzet dat wanneer een voor onbepaalde tijd voltijds in dienst genomen werknemer wordt ontslagen tijdens zijn deeltijds ouderschapsverlof, de aan hem te betalen ontslagvergoeding en re-integratieverlofuitkering minstens gedeeltelijk worden bepaald op basis van het verminderde loon dat hij ontvangt op het tijdstip van zijn ontslag.
2)
Artikel 157 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een regeling zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die bepaalt dat wanneer een voor onbepaalde tijd voltijds in dienst genomen werknemer wordt ontslagen tijdens zijn deeltijds ouderschapsverlof, zijn ontslagvergoeding en re-integratieverlofuitkering minstens gedeeltelijk worden bepaald op basis van het verminderde loon dat hij ontvangt op het tijdstip van zijn ontslag, wanneer een aanzienlijk groter aantal vrouwen dan mannen voor deeltijds ouderschapsverlof kiest en het daaruit voortvloeiende verschil in behandeling niet kan worden gerechtvaardigd door objectieve factoren die niets met discriminatie op grond van geslacht van doen hebben.
(1) PB C 352 van 1.10.2018.