11.11.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 383/34
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 12 september 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof - Duitsland) – AS/Deutsches Patent- und Markenamt
(Zaak C-541/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Merken - Richtlijn 2008/95/EG - Artikel 3, lid 1, onder b) - Onderscheidend vermogen - Beoordelingscriteria - Teken met hashtag)
(2019/C 383/37)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: AS
Verwerende partij: Deutsches Patent- und Markenamt
Dictum
Artikel 3, lid 1, onder b), van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten moet aldus worden uitgelegd dat het onderscheidend vermogen van een teken waarvan inschrijving als merk is aangevraagd, moet worden onderzocht rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, daaronder begrepen alle waarschijnlijke gebruiksvormen van het aangevraagde merk. Wanneer er geen andere aanwijzingen zijn, gaat het hierbij om de gebruiksvormen die in het licht van de gewoonten van de betrokken economische sector in de praktijk significant kunnen zijn.
(1) PB C 436 van 3.12.2018.